Piet Machielsen

Hightech Highgreen

Een Brainport zonder brains, dat kan niet. En knappe denkers en makers stellen steeds hogere eisen aan hun leefomgeving. In een serie interviews verkent Landschapslaboratorium Hightech Highgreen hoe bedrijven en overheden denken over (samen) investeren in landschap, om daarmee het vestigingsklimaat te verbeteren aan de Groene Corridor. Piet Machielsen, wethouder in Oirschot, herontdekt de relatie tussen mens, economie en landschap. Bedrijventerreinen zoals Westfields kunnen bijdragen aan landschappelijke kwaliteit en zo aan het vestigingsklimaat. Wel moeten we dan de samenwerking tussen bedrijfsleven en overheid goed regelen.

Wie vanuit Eindhoven via Strijp S en de ‘hightech-wig’ de stad uit fietst, over de Groene Corridor, komt vanzelf uit in Oirschot. Deze gemeente is als het ware de landschappelijke tegenhanger van de grote stad, met omvangrijke bossen, natuurgebieden, landgoederen en heel veel erfgoed. Ook hier groeit de Brainport, o.a. in het bedrijventerrein Westfields, waar gewerkt wordt aan uitbreiding.

De slogan van Oirschot duidt de kwaliteit van deze combinatie treffend: “Monumentaal, ondernemend en groen – daar voelt de Mens zich thuis!” Het gaat hier met nadruk niet alleen om de multinationals en expats, maar juist ook om het koppelen van deze spelers met lokale bevolking en kleinere bedrijven. Oirschot werkt met een uitgebreid landschapskwaliteitsplan en een meerjarenuitvoeringsplan, met daarin o.a. aandacht voor beekdalen en het militair erfgoed in de Groene Corridor. Machielsen is naast wethouder tevens bestuurslid van het Van Gogh Nationaal Park, namens het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE). Hij begint het interview met het recente boek van Auke van der Woud – Het Landschap en de Mensen, dat hij in de kerstvakantie las.

“Landschap is een grote aantrekkingskracht voor talent, maar op een fundamenteler niveau is het ook wat je meer mens maakt. Het is noodzakelijk voor een high end economie als Brainport, en tegelijkertijd is ‘een ommetje maken’ in de pauze basaal menselijk.”

 

Landschap en economie

Van der Woud beschrijft heel goed de economische en bedrijfsmatige omgang met het landschap, die Nederlanders in de 19e eeuw hadden, met o.a. de landbouwontginningen en vroege industrie. De 20e was eigenlijk heel anders, met veel overheidsingrijpen. Nu in de 21e eeuw gaan we opnieuw de economische krachten in het landschap zien, in partnership met de overheid. Zo heeft de intiatiefnemer die recreatiepark Stille Wille ook voor jaarrond bewoning wilde inzetten, fors geïnvesteerd in landschappelijke kwaliteit op eigen terrein én door het beschikbaar stellen van budget voor landschappelijke kwaliteitsverbetering elders in de gemeente. En agrariërs pakken hun kans met recreatieve verdienmodellen. Bij de transformatie van het landschap kan de overheid bedrijven goed helpen, bijvoorbeeld door ruimte te creëren voor economische functies die bijdragen aan het landschap, en de ruimte-voor-ruimte regeling en innovatievere woonvormen om leegkomende varkensstallen op te ruimen.

Westfields

Pakketsorteerder DPD, met ca. 500 medewerkers gevestigd op Westfields, ervaart de groene omgeving als belangrijke vestigingsvoorwaarde, en investeert bijvoorbeeld mee in de kunstprojecten in de Groene Corridor. Van de Appelradler en de Perentriple uit de Philips Fruittuin gaat per flesje 25 cent naar de corridor. De dialoog tussen bedrijven en gemeente is soms nog wat onwennig, maar nodig voor wederzijds begrip en het bij elkaar brengen van ondernemersblik en beleidsdoelen. Het eerste deel van het bedrijventerrein had groener gekund, vindt Machielsen. “Als we bij het vervolg een hoger ambitieniveau nastreven, zullen we er aan de voorkant als gemeente meer eisen aan moeten stellen én het geld moeten regelen.” Fase 3, waarvoor nu de contouren qua invulling geschetst worden, is een kans om meer in te zetten op eigenaarschap, de wateropgave en biodiversiteit.

Slimme financiële instrumenten

Oirschot ziet het landschapslaboratorium als een manier om het eigenaarschap in de Groene Corridor te versterken en concreet te maken. Hierbij moeten we naast mondeling commitment ook echt aan nieuwe geldstromen denken, die de ontwikkeling en duurzaam beheer op termijn mogelijk maken. “Mijn ambitie is het om een alliantie van bedrijven te vormen die graag een convenant ondertekenen, met daarin concrete voorstellen hoe we de gemeente aantrekkelijker gaan maken.” Wat als we in de laatste deel van de beoogde Westfields ontwikkeling structureel geld vrijmaken voor landschap, bijvoorbeeld een bedrag per logistieke beweging in het gebied – het opschalen van dat kwartje op een flesje bier? Wat als we bij de gebiedsbelasting (OZB, BIZ) een percentage kunnen labelen voor landschap? Wat als het leefbaarheidsfonds van Eindhoven Airport ook benut kan worden voor de Groene Corridor? Liefst wordt het ook heel concreet:

“Samen met bedrijven kunnen we de bestaande lange wand van de logistieke panden aan de Eindhovensedijk geschikt maken voor een grote kunstuiting, een groot gecrowdfund schilderij, dat de Groene Corridor nog meer tot een beleving gaat maken. Een symbiose tussen bedrijvigheid, kunst en landschap – dat zou voor Oirschot en Brainport mooi zijn!”

Groene Corridor. Beeld: West8 Groene Corridor. Beeld: West8.
terug naar boven terug naar boven