A12 traject: fase 2

Stedelijke Snelwegen & Ruimtelijke Ontwikkeling

Vanaf juni 2025 is een doorstart gemaakt met de ontwikkeling van het A12 traject binnen het kennis en innovatieplatform Stedelijke Snelwegen en Ruimtelijke Ontwikkeling (SSRO). De tweede fase geeft een vervolg, een verdieping en vooral een stap verder in de richting van een vernieuwende ruimtelijke ontwikkelstrategie voor de A12-zone.

De focus voor deze fase ligt op het concept van ontwerpend ontwikkelen. Hierbij zijn behalve publieke partijen ook de potentiële baathebbers —zowel de gevestigde partijen als partijen die een investeringsopgave of kan zien— uit de betreffende zone actief betrokken. Samen met die partijen gaan we het experiment aan om tot een passende value case te komen. Door middel van een valuecase in plaats van een business case, kunnen we kijken naar het versterken van een combinatie van investeringen en doelstellingen.

Daarnaast betekent deze vervolgstap ook een stap in het ontwikkelen van het platform Stedelijke Snelwegen en Ruimtelijke Ontwikkeling zelf. Met het opzetten van thematafels, een analyse van het Nederlandse hoofdwegennet in stedelijke gebieden op ontwikkelpotentie en het aangaan van gesprekken met mogelijke nieuwe werktrajecten.

In de gesprekken die in de periode van eind 2024 tot begin 2025 zijn gevoerd komt een duidelijke ambitie van de partners naar voren om nieuwe vormen van ontwikkelafspraken te maken. Daarmee kunnen kansen gerealiseerd worden voor onder andere de aanpak van maatschappelijke opgaven die eerder nog niet zo zijn bekeken. Daarnaast wil de gemeente dichter op het proces te zitten en om het beter in te bedden in de lopende afspraken en ontwikkelingen en overlegstructuren.

open oproep

Voor het kiezen van de ontwerpteams waar we mee gaan samenwerken hebben we een open oproep gelanceerd. Deze stond open voor inschrijvingen vanaf 8 september tot 21 september 23:59.

Meer informatie over de open oproep hier: Open Oproep

We hebben eind september drie teams geselecteerd:

  1. Polyfern, Bura, Goudappel
  2. Citymaker, Taller, Move Mobility
  3. Bright & Neo Observatory

Meer informatie over de keuzes voor de ontwerpteams vind je in het betreffende nieuwsartikel.

Hieronder in de tussentijdse resultaten meer informatie over hun invulling van het project.

Aanleiding

Aanleiding voor het starten van het kennis en innovatieplatform was de constatering dat onze infrastructuurlandschappen een groot beslag leggen op de schaarse beschikbare ruimte. Vanwege de veelheid van concurrerende en vaak ook conflicterende claims op de schaarse ruimte in met name stedelijke gebieden, kwam de vraag op hoe we onze infrastructuurlandschappen en haar omgeving zodanig kunnen door ontwikkelen dat meerdere maatschappelijke opgaven in onderlinge samenhang kunnen worden aangepakt. Het ruimtelijk domein is een complex van sociale, technische, bestuurlijke aandachtsvelden en programmatische opgaven, maar kent, ondanks de schaarste aan ruimte en potentiële concurrerende ruimteclaims, geen coherente en integrale waarden-gedreven aanpak. Partijen handelen veelal vanuit een sectoraal dan wel disciplinair kader, waarbij de staande organisatie primair gericht is op ‘going concern’: de uitvoering van eigenstandige activiteiten binnen bestaande sectorale grenzen. Een dergelijke oriëntatie staat de vernieuwing van de governance naar een meer integrale waarden-gedreven aanpak van opgaven in de weg.

De basis voor de waarden-gedreven aanpak ligt in de waardematrix die binnen het project als startpunt en toetsingskader wordt gebruikt:

Waardenmatrix – Stedelijke Snelwegen en Ruimtelijke Ontwikkeling

Dit wordt met name duidelijk in gebieden waar verschillende sectoren en belangen scherp afgebakend zijn. Snelwegzones in stedelijke gebieden zijn daar een tekenend voorbeeld van. Juist in deze gebieden liggen grote kansen om oplossingen voor grote maatschappelijke opgaven te vinden: richting geven aan de mobiliteitstransitie, klimaatadaptatie, omgaan met bodem en water, het beperken van schaderisico’s voor gezondheid en materieel bezit, economische bedrijvigheid en het ontwikkelen van aantrekkelijke woon- en leefomgevingen. Hierbij rekening houdend met de regionale agglomeratiekracht en een samenhangend daily urban system. Om die reden heeft het zin juist in snelwegzones een innovatieve vorm van de geïntegreerde aanpak van gebiedsontwikkeling te doordenken.

invulling tweede fase

Zo’n innovatieve vorm van gebiedsontwikkeling is experimenteer en uitzoekwerk. Vanuit een beleidsluwe setting in de eerste fase komen de resultaten nu in een meer beleidsgevoelige context terecht. Ook daar blijft het experimenteren en uitproberen.

Bij dat experimenteren werken we ten eerste aan een verdere uitwerking van de vorige resultaten, met medeneming van de geleerde lessen. Dit is in feite een nieuwe iteratieslag, waarbinnen wordt gewerkt met kleinere iteratieslagen. Ten tweede is de verhouding en verankering van de resultaten met lopende trajecten van gebiedsontwikkeling en netwerkontwikkeling van belang. Wil het ontwerpend ontwikkelen betekenis krijgen dan is het noodzakelijk het parallel aan de lopende processen te borgen. En op zo’n manier dat het geen verstoring maar een versnelling en verbreding van de bestaande ontwikkeltrajecten betekent. Vooral dit is ingewikkeld en tijdsgevoelig gebleken.

Voor het A12 traject is meer behoefte is aan verschillende scenario’s en opties voor verschillende delen van het onderzoeksgebied en een betere verkeerskundige onderbouw op de regionale schaal. Daarna wordt er gewerkt aan de verankering van de resultaten in de lopende afspraken, tussen rijk en regio.

Proces Stedelijke Snelwegen en Ruimtelijke Ontwikkeling – A12 Zone

De ontwerpteams hebben hun eerste resultaten gedeeld, aan de hand van opvattingen ingenomen in het begin van het onderzoek. Hierin bleek dat bij de eerste stap, het uitwerken van de vorige resultaten, organisch een synergy ontstond tussen de verschillende opvattingen van de ontwerpteams. Daarnaast was de stap naar ‘ontwerpend ontwikkelen’ groot, en de brug van ontwerpend onderzoek met scenario’s zoals we dat kennen, naar het vormen van investeringscoalities moeilijk te maken.

Tussentijds resultaat

Zoals hiervoor geschreven zijn de ontwerpteams allereerst begonnen met een verdieping van de resultaten van de eerste fase. Hiervoor hebben de teams  in het begin van het traject ieder een eigen opvatting over het gebied ingenomen. Die is vervolgens gebruikt om via ofwel forecasting of backcasting of met digitale modellen het gebied in te vullen. Meer informatie in het tussendocument, te downloaden in de colofon aan de rechterkant van deze pagina.

De resultaten van het werk van polyfern, bura & goudappel begint vanuit bodem & water, naar mobiliteit en dan occupatie, zie figuur 14. Uit hun analyse nemen ze het volgende vertrekpunt:

  • De delta verandert als gevolg van klimaatverandering.
  • De delta van de toekomst is bepalend voor de economie en de samenleving.
  • De A12-zone staat in dienst van de economie en de samenleving.

Gezien de toekomst onzeker is, twee extremen als landschappelijke onderlegger: Snelle klimaattransitie vs Vertraagde klimaattransitie

Hierin bouwen ze voort op de ruimtelijke analyse van het gebied waarin typen knopen en catchment areas van de A12 naar boven zijn gekomen.

Het team van taller, citymaker & move mobility heeft er nadrukkelijk voor gekozen om geen opvatting over het gebied te formuleren maar digitale modellen te gebruiken om alternatieven aan te bieden aan de opdrachtgevers en zo gewenste scenario’s door te kunnen rekenen. Ze richten zich in die modellen met name op de invulling van ‘leefmilieus’: de verhouding van verdichting, ruimtegebruik, woonmilieus en de mobiliteitsimpact. De invulling van de digitale modellen kan gebruikt worden als nulmeting voor de andere teams.

Daarnaast kunnen de modellen gebruikt worden om de effecten van de andere scenario’s op vergelijkbare manier te testen en een tool om na afronding van deze fase meer te kunnen gebruiken. Uiteindelijk is gekozen voor 3 specifieke clusters waarin de gelaagdheid van deze leefmilieus het meest tot uiting komt: (1) Zoetermeer, Hoogstedelijk leefmilieu; (2) Bleizo, Innovatiecampus; (3) Leidschenveen, Knooppunt.

Bright startte het onderzoek vanuit een systematische blik op de A12 waarbij mobiliteitsrevoluties ingezet worden om uiteenlopende scenario’s voor het gebied te schetsen. Per revolutie wordt gekeken naar de ruimtelijke uitwerking: effect op corridor en andere aandachtsgebieden zoals parkeren, stationslocaties, knooppunten en woninglocaties. Via backcasting worden de ruimtelijke uitwerkingen terug gebracht naar relevante keuzes voor nu, met bijpassende stakeholders. 

eindresultaat

Zowel samen met externe reken experts als door hun interne analyse expertises vormen de gekozen ontwerpbureaus ontwerpend ontwikkelteams en zullen ze via rekenen en tekenen tot een totaalplan met bijbehorende bekostigingstrategieën. Hiervoor worden ook meerdere malen andere belanghebbenden, baathebbers en mogelijke investeerders in het gebied betrokken. We zitten nu in de afrondende fase van dit onderzoek, en die bekostigingsstrategien en investeringscoalities worden samengesteld. In de praktijk blijkt dit lastiger dan van te voren gedacht.

Op 17 september presenteren we de eindresultaten en gaan we in gesprek over de lessen, meld je hier aan.

De betreffende gemeentes zijn uiteindelijke eigenaars van het resultaat en zullen, eventueel samen met de ontwerpend ontwikkelteams, het verder brengen binnen een vervolgtraject.

terug naar boven terug naar boven