Werk­landschap als speeltuin van de toekomst

Column (slot)debat 12 december - Architectuur van Arbeid

Tijdens deze laatste editie van de debatserie over de architectuur van arbeid passeerden alle urgente onderwerpen weer kort de revue, en keek men hoopvol naar de toekomst van werk in de stad aan de hand van inspirerende praktijkvoorbeelden. Is het werklandschap de speeltuin van de toekomst?

Werklandschappen zijn nooit echt van de radar geweest, maar het onderwerp komt wel vaak terug in een andere gedaante en op een andere agenda. Dertien jaar geleden lanceerde de VROM-raad een perspectief Werklandschappen, dat pleitte voor regionale vraaggerichte strategieën voor werklocaties, af van het concept ‘bedrijventerrein’, werk als integraal onderdeel van de leefomgeving. ‘Kijk eerst naar revitalisering van bestaande terreinen, dan pas het aanleggen van nieuwe’, vond men.

Wat dat betreft wijkt de koers in de huidige discussie niet veel af. Wel ligt momenteel meer nadruk op de circulariteit van bedrijfsprocessen, vormen van functiemix (vooral combinaties met wonen) en automatisering. Er waren in 2006 nog weinig XXL distributiecentra, de energietransitie was nog niet zo dominant en de druk op de ruimte was lager. Tijdens dit slotdebat vroegen we ons af hoe nieuwe stedelijke dynamiek en productie vorm kunnen krijgen; of we hierop kunnen sturen met planning en hoe succesvolle praktijkvoorbeelden het aanpakken.

 

Werkende stad & werkende clusters

Daan Zandbelt, Rijksadviseur fysieke leefomgeving, benadert het onderwerp vanuit de planningstraditie. Het fysiek van elkaar scheiden van functies was in de 19e eeuw de kuur voor de zieke industriële stad, die door stank, vuil en herrie onleefbaar was geworden. De huidige problematiek in de stad, zoals bereikbaarheid van werklocaties, betaalbare woonruimte, verdichting en verbetering van het leefklimaat, vragen om een nieuwe vorm van ‘zonering’, stelt Zandbelt, met ‘meer complexiteit, combineren van opgaven en actoren’, en kansen voor eigen invulling door mensen en bedrijven in de stad.

“Economie = Ecologie”

Analoog aan de ecologische voedselpiramide bestaat een goed ecosysteem voor werk ook uit verschillende niveaus van grotere en kleinere actoren, is er in een grote stad meer specialisatie mogelijk (net zoals een grote habitat een grotere variatie aan flora en fauna kan ondersteunen). De habitat van de ‘werkende stad’ is naast werk ook geschikt voor wonen en ontspanning, bijvoorbeeld een binnenstad, terwijl ‘werkende clusters’ weer andere kwaliteiten hebben, zoals de Maasvlakte.

Functiemenging is een voorwaarde voor de werkende stad, maar is niet eenvoudig, bijvoorbeeld door wetgeving die bewoners beschermt tegen lawaai. In Metromix zijn nieuwe mengvormen in kaart gebracht, geïnspireerd op New York. Het resultaat is nog steeds een zonering, maar dan op basis van kwaliteiten in plaats van functies: Reuring, Rust en Ruis. Het hoeft immers niet overal gezellig te zijn, en er is veel meer maatwerk mogelijk wat betreft hindernormen. De plint van een gebouw kan gedurende de dag verschillende activiteiten herbergen, terwijl daar bovenop monofunctionele delen staan. Een voorbeeld is het Stadstimmerhuis, waar kantoren en woningen boven een brouwerij zijn gebouwd.

Werkruimtes voor maken zijn niet meer vanzelfsprekend in de steeds duurdere stad, terwijl hier wel een breed draagvlak voor is. Een publieke plintregisseur of private plint-BV kan zulke plekken gesubsidieerd aanbieden.

Voor de werkende clusters is het aangaan van nieuwe functiecombinaties en mogelijk maken van innovatie van groot belang. Net als bij de ecologie is schaal bepalend voor robuustheid, en levert een rafelrand meer interactie op (tussen bedrijven e.d.) dan een strakke lijn. Zandbelt is voorstander van het clusteren en multifunctioneler maken van grote distributiecentra bijvoorbeeld. Op die manier kunnen ook natuur- en energiedoelen worden gehaald, blijven bedrijventerreinen vitaal, en behalen beheerders van infrastructuur en investeerders in de logistieke sector betere rendementen. Voor innovatie helpt het als je interactie afdwingt, zoals op de Hightech campus in Eindhoven, waar koffie, printers en andere faciliteiten in de middenstrook zijn gebundeld.

“Naast interactiemilieus hebben we ook meer garages nodig: stille, flexibele en goedkope ruimtes met privacy waar pioniers zoals Bill Hewlett en Dave Packard in de jaren dertig konden doorbreken.”

 

Circulaire werkmilieus in de praktijk

Charlotte Ernst, initiatiefnemer Hof van Cartesius, neemt ons mee in de realisatie van deze creatieve broedplaats in Utrecht. Het hof is onderdeel van het Werkspoorkwartier en biedt als coöperatief ruimte aan kleine bedrijven. Ernst deed eerder ervaring op als architect op NDSM werf (Dynamo architecten). In Utrecht richt ze zich vooral op het leggen van verbindingen in het gebied, inspireren en katalyseren van Utrechters. Veel mensen, ook in Utrecht, kennen het Werkspoorgebied namelijk nog niet. Het gebied bestaat uit drie zones: het Werkspoorkwartier, de Cartesius driehoek en het Wisselspoor. Het ligt aan het Amsterdam-Rijnkanaal, tussen de woningbouw van Leidsche Rijn, de binnenstad en het grootschalige bedrijventerrein Lage Weide.

Met Flux landschapsarchitecten won Ernst in 2012 de gemeentelijke prijsvraag voor herontwikkeling van enkele historische panden, inrichting van de buitenruimte en stimuleren van creatief gebruik. Deze relatief goedkope opzet blijkt in de praktijk goed te werken. Men vergadert graag in de tuin, als het maar een beetje weer is. De 40 leden van de coöperatie bouwden zelf hun ruimte af, gaven daarmee hun eigen visitekaartje aan het complex en hebben een contract voor vijf jaar (de coöp. zit er voor 20 jaar).

Het complex is voor 90% circulair gebouwd, o.a. door sloopmateriaal uit het fabrieksterrein op te slaan en te verwerken, in samenwerking met recycling bedrijven. Het blijkt dat vooral het evenwicht tussen vraag en aanbod lastig is te behouden. “Toen we de gevels klaar hadden, kregen we ineens van allerlei slopers kozijnen aangeboden.” Dat was het begin van BV Buurman.

“Na een paar dagen spijkers trekken dachten we: dit kan slimmer.”

Nu de vraag naar woningen hoog is worden creatieve werkruimten schaars. Het Hof kan de vraag nu al nauwelijks aan, van creatieve professionals die langzaamaan de stad worden uitgedrukt. Maar voor de hele stad is het op termijn natuurlijk geen oplossing. “Eigenlijk zou je op blokniveau meer moeten mengen, bijvoorbeeld met wonen en onderwijs, workshopruimtes, sport en evenementen.”

 

Discussie

Volgt het Rotterdamse Keile-collectief een zelfde route?, vraagt moderator Paul Gerretsen. Initiatiefnemer Monica Adams: “het is vergelijkbaar, maar wij zitten in een al bestaand gebouw. Ook is het eigenaarschap anders geregeld. Een deel van de gebruikers heeft het pand aangekocht en kan op die manier veel verder vooruit denken.” Dat is een groot verschil met de creatieve bedrijfjes op de Keilewerf, die steeds korte huurcontracten krijgen. Er ontstaat een groter collectief om over het gebied mee te praten, met o.a. Joep van Lieshout, maar dat is nog pril.

“We merken dat de gemeente met twee monden praat: inspirerende woorden van dienst Stadsontwikkeling en een lastig gesprek met Grondzaken. Voor een ontwikkelaar is het soms makkelijker om een consistente koers te varen.”

Matthijs van het Hoff vraagt zich af in hoeverre het Hof-concept schaalbaar is. Ernst: “XXL past bij ons niet, wij denken meer in termen van herhaling met behoud van de kleine schaal, zodat kleine bedrijven kunnen blijven.” Een deel van de creatieve industrie vindt het best om weer naar de volgende hippe plek te verkassen, want ze houden niet van aangeharkt, maar sommige willen juist wel blijven en hoe behouden die hun plek? Wellicht is het de taak van de overheid om te regisseren, ruimte te behouden voor kleine makers die economisch niet op kunnen tegen de bouw van nieuwe woningen. Tegelijkertijd is marktwerking nodig om het dynamisch te houden. Daar zit een spanningsveld.

Olof van de Wal, van SKAR, oppert: “Commerciële partijen die drijven op de creatieve dynamiek zijn wellicht bereid meer te betalen, zodat verevening mogelijk is.” De NDSM-werf werkte ook ongeveer zo met de komst van MTV. De tv-maker zit liever in een ecosysteem van creatieve makers dan aan de Zuidas.

Zandbelt adviseert het Rijk, maar twijfelt over de effectiviteit: “Economische Zaken en Klimaat kijkt naar subsidiestromen en andere sectorale oplossingen, maar wil niet over ruimte nadenken. Bij Onderwijs Cultuur en Wetenschap liggen mogelijk meer kansen.” De zaal vraagt hem om ook advies te richten aan gemeenten. Initiatieven als Hof van Cartesius, Blue City 010 of de Ceuvel drijven vaak op geëngageerde ‘vakidioten’, maar op een gegeven moment zijn ook skills voor vastgoedontwikkeling nodig. Die zou gefaciliteerd kunnen worden vanuit gemeenten of ontwikkelaars. Soms is juist ook flexibiliteit in de regelgeving nodig, om experimenten mogelijk te maken. Het bouwbesluit is bijvoorbeeld niet zo geschikt voor (lichte) creatieve industrie en crossovers met maakindustrie (zie debat 5). Erfpacht is een ander middel, waarmee gemeenten creatief gebruik kunnen stimuleren.

Annemiek Rijckenberg kaart de werkomstandigheden aan op grootschalige productielandschappen, zonder menselijke maat. Juist bij plekken als het Hof van Cartesius kan je je kind laten zien ‘hoe werk eruitziet’. Ze zijn een maatschappelijke attractie. Deze staan in schril contrast met de kassen en ‘dozen’ waar medewerkers worden uitgebuit. Afstand tot stad en woonruimte is ook een groeiend probleem, vindt Zandbelt, in Brussel lekken de kranen omdat er haast geen loodgieters meer wonen. We moeten letten op werk binnen scooterafstand.

 

Volgende stappen

De debatserie is voltooid, maar het werk gaat verder. Uit het derde debat ontstond de behoefte om onderzoeken rond circulaire economie te concretiseren. Juriën Poulussen (Stec Groep) organiseert samen met Ana Luisa Moura (Vereniging Deltametropool) en Anne Loes Nillesen (Defacto) een verkenning in 2020, om samen met gemeenten handen en voeten te geven aan circulaire werklocaties. Heb je interesse, meld je dan hier aan.

Helmut Thoele (Provincie Zuid-Holland) werkt op grote schaal aan circulaire in innovatieve werkmilieus. Waar kan de provincie op regionale schaal interessante deals sluiten? Voorstellen zijn hier welkom.

Het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie biedt de mogelijkheid om op relevante locaties expert meetings te organiseren in 2020, waar randvoorwaarden kunnen worden gedefinieerd en aangescherpt voor de ontwerpopgave van werkomgevingen. Wil je hieraan meewerken? Meld je dan bij Ana Luisa Moura.

 

Column door Merten Nefs

 

De titel van het slotdebat en van deze column verwijst naar een stuk geschreven door Ana Luisa Moura en verschenen in NL magazine op 12 september 2018, lees meer hier 

terug naar boven terug naar boven