De ruimtelijke impact van circulair

Column debat 4 juli - Architectuur van Arbeid

Na duurzaamheid is circulariteit het volgende breed gedragen doel, waar nu zelfs het heilige huisje van de voedselketen aan moet geloven (zie het recente besluit van Minister Carola Schouten). Maar wat verstaan we precies onder dit containerbegrip? Welke ruimte hebben we – kwantitatief en kwalitatief – nodig voor een economie met gesloten ketens? En hoe veranderen werk en de werkomgeving onder de invloed van circulariteit? Tijdens het derde debat in de reeks van Architectuur van Arbeid zijn deze vragen met het zeer betrokken publiek besproken.

LOGISTIEK ALS KATALYSATOR VAN DE CIRCULAIRE ECONOMIE

Juriën Poulussen (Stec Groep), eerste spreker van de avond, onderzoekt de ruimtelijke implicatie van circulariteit op verschillende schaalniveaus met nadruk op regionale ketens. Hij is blij dat de circulaire economie als nationaal belang genoemd is in de NOVI. Ook in het nieuws kantelt het beeld omtrent circulariteit en klanten van Stec vragen er ook steeds vaker naar. Poulussen benadert het onderwerp vanuit de supply chains van bedrijven, waaronder het delen, inzameling en hergebruik van materialen. Momenteel zit er vooral energie in de grote industrie en startups, die flinke budgetten hebben en vaak hun businessmodellen erop hebben gebaseerd, bijvoorbeeld Merksteijn en Ioniqa, Roof2Roof – recycling van dakbedekking, en matrasrecycling.

Eén van de sleutels tot de circulaire economie zit in de logistiek en opslag. Materialen moeten in de tussentijd immers ook ergens opgeslagen kunnen worden. Het gaat dan wel om andere vormen dan de logistiek die we nu kennen, want veel van de huidige distributiecentra zijn bijvoorbeeld niet geschikt voor retourstromen. Op stadsniveau is de transitie kansloos, de systemen beslaan agglomeraties, regio’s of zelfs de internationale schaal. De regio kan optreden als leidende actor maar gemeenten staan niet te springen om in de schaarse ruimte ook zware industrie te huisvesten met overlast en weinig arbeidsplaatsen per hectare. Om locaties van een stevige milieucategorie toch dicht bij de stad te kunnen realiseren, is experimenteerruimte in ontwerp en regelgeving nodig.

“De oprukkende inbreidingsprojecten in combinatie met al die circulaire ambities leiden tot vraagtekens: gaan die wel samen?”

MARKTPLAATS VOOR BOUWMATERIAAL

De tweede spreker, Anne Loes Nillesen (Defacto), vertelt over haar ontwerpend onderzoek Vintage Verstedelijking, uitgevoerd in opdracht van Provincie Zuid-Holland eerder dit jaar in het kader van de ontwerpverkenning ‘Regio van de Toekomst’. Nillesen constateert dat de Nederlandse bouwketen al veel downcycling kent, maar nog weinig hoogwaardige recycling. Zelfs de modulaire bouw uit de jaren 60/70 wordt in de praktijk toch traditioneel gesloopt, omdat de markt er nog niet klaar voor is.

Circulariteit heeft een grote impact, maar biedt ook kansen. Zo zou het aantal vervoersbewegingen met 10% kunnen vermeerderen of verminderen, wordt ingeschat. Dat is een groot verschil. Circulariteit biedt ook kansen voor BIM platforms voor het bijhouden van bouwelementen tijdens de hele levensduur van een gebouw. Daarnaast is er vraag naar een soort Marktplaats site, waar je als bouwer in grotere hoeveelheid gebruikte elementen kunt aankopen – één deur schiet niet op, 100 deuren wel.

In het project, langs de rivier de Schie in Zuid-Holland, ontwikkelde het ontwerpteam drie typen oplossingen, met elk een andere materiaalstroom en bijbehorende omloopsnelheid. Langs de Schie liggen verschillende herontwikkelingslocaties, zoals het Zeeheldenkwartier in Den Haag. Daar vinden veel individuele verbouwingen plaats op een rustig tempo, waardoor je kan denken aan circulaire en ambachtelijke wijkwinkels die bijvoorbeeld gebruikte keukenkastjes en paneeldeuren op voorraad kunnen houden. Aan de andere kant van het spectrum zit de Spaanse Polder in Rotterdam, die als bovenregionale hub kan functioneren voor de snelle en generieke bulk van bouwproducten in combinatie met een innovatieve maakindustrie met hoge toegevoegde waarde. Daar tussenin ligt de Delftse Schieoever, waar bouwproducten zoals bakstenen in een gemiddeld tempo verwerkt kunnen worden via transport over het water. Deze opgave sluit aan op de grote transformatie naar woningbouw die daar is gepland en de aanwezigheid van de TU Bouwcampus.

ROMANTIEK OF KILO’ S KNALLEN?

Een eerste aanvulling vanuit het publiek is dat circulariteit óók gaat over andere grote (logistieke) opgaven, zoals duurzame energie en zero-emission logistiek in havenclusters. Het gaat dan om flinke hoeveelheden, stank en herrie. Er komt dus een strategische keuze aan: hoewel veel circulaire projecten momenteel in een ‘gezellige buurtsfeer’ verkeren, wordt de grootschalige werkelijkheid niet zo romantisch, en vraagt die nieuwe werkelijkheid om nieuwe plekken en regelgeving, ook voor tijdelijk gebruik van ruimte aan de rand van de stad. De harde werkelijkheid hierbij is tevens dat een hectare grond hard in waarde stijgt als je het van bedrijventerrein omzet in woningbouw. Zo blijkt de praktijk weerbarstig, en zijn er weinig prikkels die een circulair systeem stimuleren.

“Een gebouw blijkt een efficiënte vorm voor opslag van materialen zijn, want het wordt niet veel kleiner als je het sloopt.”

Dit zien we ook terug op de kleine schaal: “Hoe dwingend kun je zijn om circulaire stofstromen op gang te brengen, als je bij je eigen verbouwing alles al via de aannemer in dezelfde container ziet verdwijnen?” vraagt Paul Gerretsen zich af.

Er zijn daarom incentives nodig: zolang het makkelijker en goedkoper is om nieuwe dakpannen te leggen dan de oude schoon en heel terug te leggen, blijft het lastig. Er gebeurt wel iets. Zo komen bouwmarkten langzaam op stoom met projecten, stelt Hans Heupink (Zuid-Holland), er vindt micro inzameling van biomassa uit de horeca plaats met elektrisch vervoer. En men ontdekt verschillende lucratieve niches met terugwinning van dure materialen uit specifieke producten. Carly Janssen (Provincie Brabant) noemt Symbiosis for Growth, een samenwerkingsplatform met als doel bedrijven aan elkaar te koppelen om bijvoorbeeld (rest)materialen, energie en faciliteiten met elkaar uit te wisselen.

Dit soort digitale platforms hebben nu nog een marginaal effect in het gehele productiespectrum. Hoe effectief zou een breder platform zijn, waarin van talloze materialen bekend is waar ze zijn, hoe lang ze nog mee gaan en waar ze voor gebruikt kunnen worden? Zo kunnen sloop- en nieuwbouwprojecten aan elkaar gekoppeld worden en kan er flink bespaard worden op opslagruimte en transport. Bij dit soort systemen voor materialen speelt een vergelijkbare vraag als in andere sectoren van de economie: wie heeft de controle over de data, een tech-gigant of de overheid? Een relevante ontwikkeling hierbij is de verschuiving van het eigendom van materialen. Wanneer bouwers en fabrikanten verplicht worden om onderdelen terug te nemen – of als dit vanuit hun verdienmodel aantrekkelijk wordt – zullen ketens in de economie snel efficiënter worden.

Ook maatschappelijk draagvlak voor de circulaire economie wordt besproken. Wordt het niet tijd dat we het normaal gaan vinden dat alles wat we doen en maken circulair moet zijn? Om dit voor elkaar te krijgen kunnen we veel beter inspelen op de psychologie van mensen, en leren van bijvoorbeeld de ‘veiligheidstransitie’. Het heeft decennia gekost om de autogordel onderdeel te maken van onze dagelijkse routine. Vandaag de dag is dit vanzelfsprekend en is veiligheid een intrinsiek onderdeel van alles wat we doen en maken. Duurzaamheid zit nog niet op hetzelfde niveau, maar het momentum is goed: vliegschaamte is sterk in opkomst in de media. Deze gedragsverandering kan gestimuleerd worden door regelgeving, vindt o.a. Jaap Modder, maar dan moet je wel duidelijk maken als overheid wat je wil.

“Waarom kunnen we Bouwend Nederland niet verplichten om circulair te werken?”

Het vierde debat in deze reeks gaat over het gevecht om stedelijke ruimte, tussen de sterk groeiende woningbouw en werklocaties die in de knel komen.

 

Column door Merten Nefs

 

 

terug naar boven terug naar boven