Samen inclusieve plekken creëren
Ruimte voor meiden op Zuid
15 april 2026
Wat als veiligheid niet alleen het uitgangspunt was, maar dé maatstaf bleek voor een succesvolle openbare ruimte? Deze verkenning in Rotterdam-Zuid onderzocht hoe de ervaringen van meisjes en jonge vrouwen konden leiden tot inclusievere, zorgzamere en praktisch toepasbare ontwerpprincipes voor de stad van alledag.
Op 9 april gingen we samen op verkenning langs feministisch urbanisme in Rotterdam-Zuid. We onderzochten hoe stedenbouw inclusieve openbare ruimte beter kon ondersteunen en bespraken concrete handvatten voor de praktijk.
Samen met Geertje Slingerland (TU Delft, Stedenbouwkunde) en Krista Schram (Hogeschool Inholland) doken we in hun onderzoeksproject Ruimte voor Meiden op Zuid. In deze ontwerpgerichte studie luisterden Geertje en Krista aandachtig naar hoe meisjes en jonge vrouwen Rotterdam-Zuid ervoeren. Hun verhalen vertaalden zij naar concrete ontwerp- en participatieprincipes voor inclusievere en zorgzamere openbare ruimte.
In de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen was de veiligheid van vrouwen in de openbare ruimte terecht een belangrijk politiek thema geworden. Onderzoeker Krista Schram wees erop dat veiligheid in de stedenbouw nog te vaak alleen als uitgangspunt werd gezien. Maar wat gebeurde er toen we die logica omdraaiden en veiligheid juist als maatstaf namen? Als ijkpunt voor een succesvolle openbare ruimte, waar alle bewoners, en in het bijzonder jonge vrouwen, zich prettig voelden om te verblijven, elkaar te ontmoeten en zich de stad eigen te maken.
De sessie begon in bibliotheek Zuidplein, waar Geertje en Krista de vijf ontwerpprincipes toelichtten en bespraken hoe deze tot uiting kwamen in de bestaande stedelijke structuur:
— multifunctionele ruimtes
— culturele context
— dagelijkse supervisie
— zichtlijnen/verlichting/toegang
— ondersteuning bij copingstrategieën
DE ROUTE
Bij Carnisse Poort kropen de deelnemers zelf in de rol van onderzoeker. Met korte interviews, mindmaps en collage- en stickeroefeningen brachten we samen gevoelens van veiligheid in kaart. Vervolgens vertaalden we die naar lokale ontwerptools die planners, ontwerpers en beleidsmakers direct in de praktijk konden toepassen. We werden vergezeld door een buurtraadslid, huidige en voormalige bewoners van de wijk, en architecten, planners en ontwikkelaars die actief werken aan de verbetering van de buurt wat het gesprek bijzonder rijk en praktisch verankerd maakte.
KEY TAKEAWAYS
Actual vs. perceived safety
Er is een belangrijk onderscheid tussen feitelijke veiligheid (incidentcijfers, toezicht, maatregelen) en ervaren veiligheid (hoe veilig iemand zich voelt in een ruimte). Voor het gebruik van de openbare ruimte door vrouwen is die ervaren veiligheid vaak doorslaggevend: als de plek onveilig voelt, wordt zij gemeden, ook als er weinig incidenten zijn.
Waarde van kwalitatief onderzoek en bewonersparticipatie
Kwalitatieve methoden zoals gesprekken, wandelingen, mental maps en participatieve sessies maken subtiele ervaringen en copingstrategieën zichtbaar die in statistiek niet voorkomen.
Rol van plekken als Bibliotheek Zuidplein
Buurtvoorzieningen zoals Bibliotheek Zuidplein bieden een laagdrempelige, veilige setting om over (on)veiligheid, ervaringen en wensen in gesprek te gaan. Door actief community‑initiatieven te ondersteunen en een open uitnodiging te doen aan jongeren en in het bijzonder jonge vrouwen om de bibliotheek te gebruiken voor eigen activiteiten of clubs, heeft Bibliotheek Zuidplein zich zichtbaar ingespannen om sociale netwerken en zeggenschap in de wijk te versterken.
Wat wel en niet werkt in interventies
Technische ingrepen zoals extra beveiligingscamera’s blijken vaak weinig effect te hebben op het gevoel van veiligheid; ze adresseren risico, maar niet per se angst. Wat het meest wordt gewaardeerd zijn “eyes on the street”: andere mensen die zichtbaar aanwezig zijn en informele sociale controle bieden. Waar continue aanwezigheid van anderen niet realistisch is, helpt het om heel precies te kijken welke ruimtelijke kwaliteiten onveilig aanvoelen en díe te targeten. Bijvoorbeeld: niet “donkerte” op zich is het probleem, maar het feit dat je de gezichten van mensen die je tegemoet lopen niet kunt zien; verlichting, zichtlijnen en ruimtelijke vormgeving kunnen hier gericht op worden aangepast.
Beweging en gebruik van de openbare ruimte door jonge vrouwen
Jongere vrouwen voelen zich relatief veiliger wanneer zij in beweging zijn in de openbare ruimte, samen met andere mensen die ook onderweg zijn, dan wanneer ze stilstaan of “hangen”. Tegelijkertijd maken vrouwen minder gebruik van publieke ruimte dan hun mannelijke leeftijdsgenoten, onder meer door eerdere negatieve ervaringen, seksuele intimidatie, verhalen van anderen en sociale normen die de straat vooral als risicovol voor meisjes en vrouwen framen.
Programmering, activiteiten en incentives
Gerichte programmering, herkenbare activiteiten en duidelijke incentives kunnen meisjes en jonge vrouwen actief de ruimte in trekken en hen helpen plekken toe te eigenen. Geplande activiteiten, sport, culturele programma’s en samenwerkingen met lokale organisaties verlagen de drempel om aanwezig te zijn, maken gebruik voorspelbaarder en vergroten zo zowel feitelijke als ervaren veiligheid.
DE SPREKERS
Geertje Slingerland is universitair docent Stedenbouwkunde aan de Faculteit Bouwkunde van de TU Delft. Tijdens de verkenning liet zij zien hoe haar werk, dat zich richt op participatieve en co-designmethoden, meisjes en jonge vrouwen actief betrekt bij ruimtelijke keuzes. Lees meer op de website van Geertje
Krista Schram is onderzoeker aan de Hogeschool Inholland en specialiseert zich in publiek vertrouwen in veiligheid en in de geleefde ervaringen van meisjes en jonge vrouwen in de openbare ruimte. In de sessie deelde zij inzichten uit dit onderzoek en ging zij in gesprek met deelnemers over herkenbare situaties in Rotterdam-Zuid.