Versnellers van de mobiliteitstransitie

Hubs in bestaande wijken

Hubs: de transitie naar duurzame mobiliteit kan niet meer zonder. Voor nieuwe autoluwe stadswijken zijn ze van bij de start deel van het ontwerp. Maar welk soort hubs maken deelmobiliteit ook in bestaande wijken tot een volwaardig en vanzelfsprekend ingrediënt in de mobiliteitsmix? Dat verkennen en verbeelden we voor de vijf grote steden van Nederland.

Alle vijf steden zijn vandaag naarstig in de weer met hubstrategieën en pilots: kleinschalige mobiliteitshubs in de openbare ruimte enerzijds, gebouwde voorzieningen in nieuwe stadswijken zoals Strandeiland, Binckhorst, Merwe-Vierhavens en Merwedekanaalzone anderzijds. Wat er nodig is om deelmobiliteit in de bestaande stad en in alle lagen van de bevolking ingang te doen vinden, is echter nog onduidelijk.

Met welk vliegwiel kunnen we op grote schaal publieke ruimte vrijspelen voor andere dringende opgaven, zonder de bereikbaarheid van de stad in het gedrang te brengen?

De hubs die wij bestuderen, omschrijven we als plekken waar deelmobiliteit gegroepeerd wordt aangeboden aan bewoners van een gebied, al dan niet in combinatie met parkeren op afstand en stedelijke voorzieningen. De Mobiliteitsalliantie noemt dit in haar Startnotitie Mobiliteitshubs (juni 2020) het meest complexe type hub, omdat de opstart ervan een gedragsverandering van vele individuele huishoudens richting het gebruik van deelmobiliteit veronderstelt.

In ons onderzoek staan de ruimtelijke inpassing, het programma en de operationalisering van de hubs centraal. Het zijn niet alleen minstens even complexe aspecten, bovendien is gedragsverandering in de bestaande stad nog meer dan in nieuwe wijken afhankelijk van het vermogen van een hub om deel te worden van het leven in de buurt.

Voorlopige impressie van een buurthub en een stadsdeelhub. Beeld PosadMaxwan Voorlopige impressie van een buurthub en een stadsdeelhub. Beeld PosadMaxwan.

Onderzoeksvragen en onderzoeksgebieden

Bij de start van het onderzoek formuleerden we de volgende vier onderzoeksvragen:

  • Hoe maak je een hub aantrekkelijk als startpunt van een reis?
  • Hoe ziet een hub eruit?
  • Waar liggen kansen voor een bepaald type hub? Wat is de ruimtelijke impact van een hub op de wijk?
  • Welke scenario’s inzake governance en bekostiging zijn mogelijk voor planning, bouw, uitbating en onderhoud van hubs?

In onze eerste gesprekken met de gemeenten werd bovendien duidelijk dat het onderzoek antwoord zal moeten geven op twee bijkomende vragen:

  • Hoe plaatsen we hubs in verhouding tot, en in netwerk met elkaar?
  • Via welk groeipad werken we naar een kansrijk model toe?
Vijf onderzoeksgebieden werden in overleg met de gemeenten aangeduid Vijf onderzoeksgebieden werden in overleg met de gemeenten aangeduid.

De gekozen onderzoeksgebieden omvatten buurten gelegen vlakbij (of deels in) het stadscentrum en waarvan de bebouwing overwegend uit woningen bestaat. Hier laat de noodzaak van een transitie zich het hardst gevoelen. Maar de wijken verschillen van elkaar in onder meer de mate van functiemenging, dichtheid, autobezit en aanwezigheid van open ruimte. Elk van deze omgevingen biedt eigen kansen en stelt eigen voorwaarden voor de uitrol van een hubstructuur.

Aanpak

In een eerste fase is gelijktijdig een conceptueel kader opgesteld en een wijkanalyse uitgevoerd. Het conceptueel kader bestaat uit drie hubtypen – buurthub, wijkhub en stadsdeelhub – waarvan de combinatie resulteert in drie netwerkvarianten. Elk hubtype herbergt een vast aantal deelauto’s, deelscooters en deelfietsen, kent hierdoor een welbepaalde ruimte-inname en een reikwijdte. We streven naar een hubstructuur die gebiedsdekkend is.

Drie hubtypes, elk met hun eigen reikwijdte en aanbod aan deelmobiliteit Drie hubtypes, elk met hun eigen reikwijdte en aanbod aan deelmobiliteit.

De wijkanalyse heeft inzichten opgeleverd in onder meer de huishoudensdichtheid, leeftijdsstructuur, het bodemgebruik en het aantal parkeerplaatsen. In gesprekken met gemeentediensten en gebiedsmakelaars hebben we voorts kennis genomen van bekommernissen van bewoners, ontwikkelingen in de wijk en plaatselijke opgaven.

Door de hubvarianten te confronteren met de morfologie en de dichtheden van de wijken, krijgen we zicht op hun functioneren en op hun optimale invulling. Zo worden impact, kansen en randvoorwaarden duidelijk.

Met de feedback van de gemeenten ontwikkelen we voor elk van de vijf onderzoeksgebieden een passende hubstructuur en een invulling op maat. We gaan na welke scenario’s denkbaar zijn voor de governance en bekostiging van de planning, bouw, uitbating en onderhoud van de hubs. En we stippelen een groeipad uit waarlangs de transitie kan verlopen.

Oplevering van het onderzoek is voorzien voor februari 2021.

De werkwijze van ons onderzoek schematisch weergegeven De werkwijze van ons onderzoek schematisch weergegeven.
terug naar boven terug naar boven