Het belang van een plan B

Out of the Box

Hoe richten we onze productie- en consumptienetwerken in en hoe ruimen we onze fossiele en gebouwde rommel op?

Op 26 mei vond een online bijeenkomst plaats om over twee ontwerpuitkomsten van de design challenge ‘out of the box’ in discussie te gaan. Een groep experts en stakeholders besprak de concepten ‘De Gouden Doos’ en ‘Package to the People’, twee radicale ideeën om het logistiek landschap te herzien vanuit extreem grote en kleinschalige oplossingen. Een meer radicaal idee jaagt over het algemeen een steviger debat aan door de contrasten uit te vergroten. De online bijeenkomst leverde dan ook interessante inzichten op door het scherp houden van het vraagstuk. Tegelijkertijd raken de twee inzendingen die niet werden geselecteerd misschien wel de kern van de opgave: een eenvoudige oplossing bestaat niet en wat duurzaam zal zijn is misschien minder uitgesproken dan wat we zouden willen voorstellen.

De meer genuanceerde blik op logistieke landschappen in de voorstellen ‘De Brabantse Stroom’ en ‘(in)tangible (super)structures’) gaan uit van twee praktische uitgangspunten: investeer in de bestaande duurzame infrastructuren (water) en stedelijke milieus om het logistieke landschap duurzaam verder te ontwikkelen, en omarm de grote schaal van XXL logistiek als deze goed is te combineren met andere grote opgaven, zoals duurzame energie natuur en recreatie.

Logistieke hallen zijn geen op zichzelf staand verschijnsel in het Nederlandse landschap, waarin schaalvergroting niet vreemd is. Logistiek valt op als ruimtelijke opgave vanwege de enorme groei en het gebruik van kilometerslange gebouwen, maar we kunnen het niet apart zien van andere sectoren die actief zijn op alle bedrijventerreinen en in industriegebieden in Nederland. Het logistiek fenomeen is onderdeel van een cultuur die massale consumptie, productie en distributie faciliteert en stimuleert. Een cultuur van ‘heel groot is nooit té groot zolang het economische groei oplevert’.

De Brabantse Stroom en (in)tangible (super)structures laten na de online bijeenkomst twee nieuwe hoofdgedachten achter:

– de kans is heel groot dat een duurzame toekomst van productielandschappen alleen mogelijk zal zijn door het toepassen van meervoudige incrementele strategieën die niet binnen één sexy concept vallen; wat zijn de eerste stappen die we nu al kunnen maken?

– er moet gebruik gemaakt worden van infrastructuur en ruimte die we nu al beschikbaar hebben om verantwoordelijk te kunnen omgaan met productie, vervoer, opslag en vervoer van middelen. (In het geval van ‘De Brabantse Stroom’ geval met een grote focus op waternetwerken).

Bij beide perspectieven komt duidelijk naar voren dat de logistieke opgave te maken heeft met bredere vragen die wij, als maatschappij, zouden moeten stellen. Hoe richten we onze productie- en consumptienetwerken in, hoe groot is hierin té groot voor een duurzame toekomst en hoe ruimen we onze fossiele en gebouwde rommel op?

Alle vier de ontwerpteams kunnen een relevante inbreng hebben bij toekomstige gesprekken over de transitie van logistieke landschappen in Nederland. De selectie voor de workshop zegt iets over hoe we ruimtelijk-economische opgaven in stukken opdelen. Het geeft ons de mogelijkheid om diep in te gaan op bepaalde aspecten en discussiepunten, maar sluit ook een integrale aanpak uit. Laten we ervoor zorgen dat de integrale ideeën niet in de Box achterblijven. Mogelijk helpen zij zelfs om te begrijpen waarom we er nu nog in vast zitten.

terug naar boven terug naar boven