Het nieuwe maken

Atlas Architectuur van Arbeid

Het ‘maken’ weer integreren en intensiveren in stedelijke omgevingen: de terugkeer van de maakindustrie

 

Opgave economie

Het belang van een eigen maakindustrie neemt toe. De noodzakelijke transitie naar een circulaire economie vraagt om lokale productie en kortere ketens. Daarnaast geeft grote lokale productiesector ook stabiliteit en onafhankelijkheid ten opzichte van een snel veranderende wereld. De snelheid waarmee bedrijven en studenten uit de maakindustrie zich hebben toegelegd op de productie van beademingsapparaten, mondkapjes en andere hulpmiddelen tijdens de Coronacrisis toont aan dat robuustheid en flexibiliteit geeft om in Nederland een florerende maak-sector te hebben.

In het kader van de transitie naar een circulaire economie betekent lokaal ‘maken’ ook meer lokaal consumeren en verwerken. Dit vereist nogal wat aanpassingen; economische systemen zullen moeten worden aangepast, kennis- en maakindustrie zullen nauwer met elkaar verbonden moeten zijn en – niet het minste – het vereist herontwerp én herinpassing van onze productieomgevingen.

Opgave ruimte

Een florerende maakindustrie gedijt bij een breed aanbod van kleine en middelgrote productielocaties en een divers netwerk van arbeidskrachten –van laag tot hoogopgeleiden en van IT-ers tot lassers. Steden zijn bij uitstek omgevingen die dit kunnen bieden. Dit vraagt om een bijzondere type van functiemenging omdat bepaalde productieprocessen, bijvoorbeeld door bestaande milieu- en veiligheidscontouren, geen plek kunnen hebben nabij woningen. Moderne productiemogelijkheden maken dat de noodzaak voor het isoleren van productielocaties deels voorbij is. Voor die locaties kunnen we werken aan typologieën waarmee ‘maken’ weer in steden geïntegreerd en geïntensiveerd kan worden. Toch zijn er nog genoeg maak-omgevingen waar wel een flinke milieu- en veiligheidscontour om heen ligt. Door de transitie naar een circulaire economie zal de vraag naar dit type omgevingen nog verder toenemen. Ideaal hiervoor zijn plekken waar vrij geëxperimenteerd kan worden en waar uitbreiding mogelijk is, het liefst nabij stedelijke omgevingen om ook van het netwerk en de diversiteit van de stad te kunnen profiteren. Voor het inpassen of behouden van dit type locaties is het de opgave om te zoeken naar de juiste korrel van menging, de juiste functies om mee te mengen en de juiste verbindingen om onderdeel te worden van het netwerk van de stad.

Richting

Er zijn veel bedrijventerreinen in Nederland die maakindustrie huisvesten en op loopafstand liggen van treinstations en gemengde woon-werkmilieus. Wanneer we de loopafstand als ‘de menselijke maat’ beschouwen, kunnen we dus al stellen dat hier menging optreedt tussen de meer stedelijke functie en de maakindustrie. Echter is de daadwerkelijk verbinding vaak lastig, onveilig of onaantrekkelijk. Het is interessant op deze locaties in te zoomen om te analyseren wat er nodig is om rondom die locaties het maakmilieu te versterken. Los van menging met wonen kan ook gedacht worden aan bijvoorbeeld de kennis- en onderzoeksinstituten, (hoge)scholen of culturele instellingen. De combinatie van maakindustrie met dit soort functies kan interessante samenwerkingen opleveren en innovatie aanjagen.

In de kaart ‘De nieuwe maakindustrie’ zijn er op basis van een aantal criteria locaties geselecteerd die kansrijk zijn voor het integreren en intensiveren van maakindustrie in stedelijke omgevingen.

De Atlas Architectuur van Arbeid beschrijft, verdeeld over vijf thema’s, welke economische en ruimtelijke opgaven wij met betrekking tot de toekomst van bedrijventerreinen zien. Daarbij wordt ook aangegeven welke richting voor ontwikkeling wij daarbij in gedachten hebben. Bij elk thema hoort een kaart waarin op basis van een aantal criteria, kansrijke locaties voor onderzoek en experiment naar deze nieuwe benadering worden aangeduid.

 

 
terug naar boven terug naar boven