Wat kunnen de bestaande stations betekenen voor deze regio?

SprintStad Zuid-Kennemerland en IJmond

De realisatie van de ambitie van Zuid-Kennemerland en IJmond om onderdeel uit te maken van een competitieve, duurzame en aantrekkelijke metropoolregio staat onder druk door afnemende bereikbaarheid, voortschrijdende suburbanisatie, vergrijzing en toenemende verkeersoverlast van personen- en goederenvervoer. Dit vraagt om een nieuwe planningsbenadering waarin mobiliteit en ruimtelijke ordening optimaal op elkaar afgestemd worden.

In de ‘Taskforce Ruimte Assist voor Zuid-Kennemerland en IJmond’ van de provincie Noord-Holland werkte Vereniging Deltametropool samen met Grontmij en VenhoevenCS aan de volgende vraag: “Wat kunnen de bestaande stations en spoorinfra betekenen voor deze regio?” Hierbij is gebruik gemaakt van Planning Support Tool SprintStad en de kennis en inzichten uit Maak Plaats!.

Het advies van het consortium Grontmij, VenhoevenCS en de Vereniging Deltametropool heeft als doel de bereikbaarheid in de regio te verbeteren en de stedelijke en dorpse centra te versterken door ruimtelijke ontwikkelingen rondom knooppunten te stimuleren. De inzet van planning support tool SprintStad voor de spoorcorridors in Zuid- Kennemerland en IJmond vormde een integraal onderdeel van dit advies. Op 12 september 2013 is een simulatiesessie gehouden met alle betrokken gemeenten, NS en de provincie Noord-Holland.

Scenario’s, uitgangspunten en innovaties

Voor de simulatie van Zuid-Kennemerland en IJmond zijn twee scenario’s uitgewerkt met verschillende uitgangspunten:

— Het scenario business-as-usual is gebaseerd op het huidige planaanbod en de huidige vraag. Een simulatie door vereniging Deltametropool en Movares van business-as-usuallaat zien dat o.a. door de beperkte ontwikkelmogelijkheden rondom de stations het voortbestaan van de lijn Uitgeest-Leiden steeds meer onder druk zal komen te staan.

— In het scenario TOD optimaal is naast de bestaande plannen naar extra mogelijkheden gezocht om het aanbod aan (her-) ontwikkelingslocaties in de stationsgebieden te vergroten. Daarmee wordt het mogelijk om een groter aandeel van de huidige vraag een plaats te bieden in de stationsgebieden met wellicht zelfs een frequentieverhoging tot gevolg. Er is gezocht naar ruimtes binnen Bestaand Bebouwd Gebied (BBG) én naar ruimtes buiten BBG die niet belemmerd worden door restricties. Dit laatste scenario is ook gebruikt voor de simulatie op 12 september 2013.

Daarnaast zijn voor deze simulatie enkele innovaties in de tool doorgevoerd:

— Simulatie van de overbediening in de huidige situatie, waardoor bij aanvang van het spel een aantal stations al te weinig reizigers hebben voor het aantal treinen;

— Nieuwe regionale voorzieningen, zoals een Factory Outlet Center en een woon-zorg combinatie;

— Simulatie van de concurrentie van de HOV-verbinding die parallel aan het spoor loopt en niet is verknoopt met een station;

— Invoer van de knooppuntmilieus uit Maak Plaats!

Resultaten

SprintStad laat zien dat als we doorgaan op de huidige voet dit grote negatieve gevolgen kan hebben voor de bereikbaarheid van Zuid-Kennemerland en IJmond, wat kan leiden tot een minder attractieve regio. Maar SprintStad laat ook zien dat er op de spoorcorridors rondom Haarlem zeker kansen liggen voor betere benutting van de stationsomgeving én een rendabele dienstregeling. Een verdere differentiatie van het treinaanbod, waarbij de stedelijke stationsomgevingen vaker worden bediend dan de stations in meer groene en dorpse setting, lijkt kansrijk. Regionale voorzieningen kunnen een aanzienlijke bijdrage leveren aan de vitaliteit van de stationsomgevingen en een rendabele dienstregeling als ze worden gerealiseerd op multimodaal bereikbare plekken.

Daarnaast liggen er kansen en wensen in het optimaliseren van de bestaande plancapaciteit binnen BBG rondom de stationsgebieden die nu al een gemengd karakter hebben, zoals Beverwijk, Haarlem, Haarlem Spaarnwoude, maar ook voor bijvoorbeeld Overveen en Halfweg-Zwanenburg.

Planning suppport tool SprintStad  is een initiatief van Vereniging Deltametropool, in samenwerking met projectpartners TUDelft CPS, Movares en stichting Next Generation Infrastructures.

terug naar boven terug naar boven