Voorbij business as usual, terug naar de basis

Advies over de economische visie van Utrecht

Vorige week lanceerde de provinciaal adviseur ruimtelijke kwaliteit, Paul Roncken samen met de Provinciale Commissie Leefomgeving, een advies als reactie op de economische visie van provincie Utrecht. Merten Nefs vroeg hem hoe dit is gegaan.

“Business as usual is niet meer mogelijk” schrijf je in het advies. We moeten een nieuwe afweging maken tussen financieel rendement en bijdragen aan maatschappelijke opgaven. Dat is best een uitdaging. Waar liggen hiervoor goede kansen?

Utrecht is mentaal klaar voor het advies, kijk maar naar hoe men de Ringparken en het idee Groen Groeit Mee heeft omarmd, waarin we voorbij de stedelijke agenda kijken. In de bestaande ontwikkelingen kunnen we nu al betere politieke keuzes maken, door te schuiven met hectares en euro’s. Daarnaast zouden we veel bredere indicatoren moeten meten van onze leefomgeving. Het RIVM en andere partijen zijn hier wel mee begonnen in de brede welvaartsmonitor, maar het natuurlijk systeem is hierin nog grotendeels een blinde vlek.

Je benadrukt in het advies dat het beheer van het biofysische systeem, dat de basis vormt van de piramide waarop onze maatschappij en economie leunen, bij uitstek de taak van de provincie is. Is men die taak in Utrecht dan vergeten?

Ja, ik benadruk dit continu. Ideologisch staan natuur, landbouw en erfgoed hoog op de agenda maar economisch zijn dit juist de stelposten. Men richt zich vooral op koplopers en innovatie met o.a. de aantrekkingskracht van het Utrecht Science Park, terwijl de provincie nauwelijks grondposities heeft in de stad!

Is er een verband met het Landschap als Vestigingsvoorwaarde, het idee waar je met het Ringpark ook uitwerking aan hebt gegeven?

Ja, maar het idee zal moeten worden verbreed want het speelt dezelfde kaart van focus op stedelijke hoogopgeleiden, die door het landschap glijden op e-bikes en andere flitsende vervoersmiddelen. Het zegt indirect ook nog wel wat over vitale beroepen, maar de natuur als arbeider blijft in het verhaal buiten beeld. Hiermee bedoel ik, naar Peter Sloterdijk (2018, ‘Wat gebeurde er in de 20e eeuw’), onze uitbuiting van het biofysische systeem. De vraag is eigenlijk hoe je de piramide van Landschap als Vestigingsvoorwaarde binnen de economische donut van Kate Raworth gepropt krijgt.

Daar moeten we in onze community zeker eens mee aan de slag gaan! De Corona-crisis wordt door velen ook beschouwd als een wake-up call, die ons moet aanzetten tot ander gebruik en slimmer ontwikkelen van bijvoorbeeld mobiliteit, publieke ruimte en woningen. Zou Provinciale Staten de pandemie moeten aangrijpen voor verandering?

Rutger Bregman (2020, ‘Het tijdperk van het neoliberalisme loopt ten einde. Wat komt ervoor in de plaats?‘) beschreef in zijn essay een goed vergelijk met de vorige, financiële, crisis. Toen hebben we in paniek alleen de banken gered. Nu merk je dat er plannen klaarliggen. Naast het onder controle krijgen van de medische situatie is er ook geld beschikbaar voor een brede welvaart. Wat nog wel mist is investeren in de eerder genoemde fysieke basis. De EU heeft op het juiste moment een Green Deal weten te maken. De provincie is misschien wel de belangrijkste uitvoerder van die deal.

Je roept de provincie op om de regie in handen te houden bij de uitwerking van de economische visie. Wat zijn je verwachtingen van het advies?

Laten we breken met het idee van een kleine overheid, en het uitbesteden van richtinggevende beslissingen aan kapitaal gedreven consortia in de economische visie. Politieke besluitvorming is juist nu hard nodig, gericht op gelijkheid en de systeembasis. Ook bij kennisontwikkeling kan de provincie een rol hebben van matchmaker, ik vind het idee van een ‘entrepreneurial state’ (Mariana Mazzucato) erg aantrekkelijk. Het advies is al in motie-vorm opgeschreven, dus Provinciale Staten kan er direct mee aan de slag.

 

terug naar boven terug naar boven