Metropool Forum 2019

Wat Anders.

Het Metropool Forum was een inspirerende middag met sterke bijdragen en grote betrokkenheid van alle deelnemers. Dit jaar had het Forum het thema: Wat Anders. Dit leidde tot de vragen: Wat is er anders? Wat moet of kan er anders en wat moeten we vooral niet veranderen?

metropool forum 2019 metropool forum 2019.

Op 27 september vond het zevende Metropool Forum plaats. De middag begon met twee korte pitchen. In zijn pitch positioneerde Paul Gerretsen de verenigingsprojecten van het afgelopen jaar in de context van de stedelijke of landelijke ruimtelijke opgaven. Er wordt al veel onderzocht, in kaart gebracht, kleinschalig geëxperimenteerd en waar mogelijks opgeschaald. Maar is dit voldoende voor wat er op ons afkomt qua klimaatvraagstukken? Aanvullend gaf Esther Agricola het perspectief vanuit de stad. De schaarste aan (ook ondergrondse) ruimte in stad maakte stedelijke projecten al complex. Echter door de nieuwe opgaven en strengere regels en beleid worden deze projecten nog complexer. Hoe gaat de nieuwe ambtenaar hier mee om?

Gevoed met deze vragen werden de groepen verdeeld in de verschillende sessies. Verder vindt u een uitgebreider verslag van de sessie, maar hieronder alvast enkele hoogtepunten.

metropool forum 2019, Esther Agricola metropool forum 2019, Esther Agricola.

Hoogtepunten

anders leven

Vanuit verschillende typen woonvormen en het belang van de buitenruimte werd besproken hoe in- of exclusief een stad kan zijn. Hier vanuit werden concrete opgaven bekeken, zoals de herontwikkeling van grootstedelijke centra, wijk- en stadsdeelcentra. Anders leven, bleek uit de discussie, gaat niet enkel over het implementeren van nieuwe woonvormen, maar over het vinden van de juiste maatregelen om stedelijke vernieuwing niet alleen op toplocaties, maar ook op minder kansrijke plekken van de grond te krijgen. Begint anders leven dan bij anders plannen?

anders gaan

Mobiliteit heeft een groeiende claim op de ruimte en leefbaarheid van de stad en het land. Er zijn echter alternatieven voorhanden. Meer ruimte organiseren kan door andere vervoersmiddelen zoals een kabelbaan of zwevende gondels. Elektrische rijden maakt een andere inrichting voor een meer leefbare stad mogelijk en een Noordwest-Europese high-speed railnetwerk brengt een de buren dichterbij met een lagere CO2 uitstoot. Wat we vooral niet moeten veranderen, is lopen of fietsen naar OV-stations als uitgangspunt voor verstedelijking te blijven nemen.

anders groeien

In gebiedsontwikkelingen komen nieuwe waarden aan bod die een steeds belangrijkere rol spelen, zoals biodiversiteit, klimaat en gezondheid. Er is gesproken over verschillende mechanismen om waarde creatie te sturen, zoals het creëren van schaarste, het geven van korting en verevening tussen verschillende programma’s die niet allemaal dezelfde verdiencapaciteit hebben. De sessie leverde ook nieuwe terminologie op, zoals Natmakerijen, bedrijventerreincertificaten voor duurzaamheid en circulaire ketens en het Landerijgoed

anders pompen

Advies aan minister van Niewenhuizen in relatie tot het kennisprogramma Zeespiegelstijging: Verbindt de nieuwe Deltawet met een effectief instrumentarium voor de ruimtelijke ordening. Vul de bestaande ingenieurskunst aan met het denken vanuit ‘building with nature’ en focus voor zowel het instrumentarium als de ingenieurskunst op de transitie die een snellere zeespiegelstijging kan accommoderen. Koppel investeringen die ingezet worden voor de bescherming en de omgang met het water met investeringen voor de infrastructuur als levensader voor het functioneren van een maatschappij.

anders denken

De presentaties vertrokken vanuit ogenschijnlijk contrasterende planning en ontwerp concepten, tegelijkertijd hadden ze een gemeenschappelijke basis, namelijk hun samenwerkingsbenaderingen met belanghebbenden. De discussie bevestigde dat stadsplanning en -ontwerp vaak te complex is om het ‘ideale nieuwe denken’ in elke context te kunnen toepassen. Echter de hoofdzaak van de Anders Denken-sessie bleef: we moeten anders blijven denken en moeten met de theorieën blijven experimenteren in de praktijk om de meest idealistische en realistische aanpak te bekomen.

metropool forum 2019 metropool forum 2019.

Panorama Nederland

Hoe anders ziet Nederland er straks uit op ooghoogte? De sessie deelnemers werden gestimuleerd om hun conclusies uit de sessie te noteren op een geprint Panorama Nederland? Het resultaat kunt u hier downloaden.  Panorama Nederland toont een toekomstperspectief voor de ruimtelijke inrichting van ons land in de vorm van een 360 graden-panorama. Meer over het Panorama hier.

anders leven sessie anders leven sessie.

Sessie anders leven

We merken dat mensen de behoefte hebben om anders te leven: meer mensen leven alleen en mensen veranderen sneller van woning. Dit vraag om andere woontypen en meer flexibiliteit in de woningmarkt. Daarnaast zijn we het er als ruimtelijk denkers ook wel over eens dat ‘we’ anders moeten gaan leven. Dat kan compacter en duurzamer. Het huis met tuin kan niet langer de norm zijn. Wat voor nieuwe woonvormen passen dan wel? Zijn de gewenste vernieuwingen wel haalbaar? En, zijn nieuwe woonvormen wel voor iedereen bereikbaar? In de sessie ‘Anders leven’ werd hier aan de hand van presentaties van Frans Witteman (Bureau Stedelijke Planning), Maare Zondervan (Sweco) en Ferry in ’t Veld (Architectuur MAKEN) over gediscussieerd. De inzendingen zijn te lezen in het Metropoolforumboek.

Over nieuwe woonvormen

Frans Witteman van Bureau Stedelijke Planning trapte de sessie af met een introductie over nieuwe type woonvormen. Voor verschillende doelgroepen en stedelijke omgevingen zijn passende woonvormen te ontwerpen. Hier worden een aantal voorbeelden zoals ParkEntree in Schiedam en het Knarrenhof concept. Het idee achter de nieuwe woonvormen gaat vaak uit van het bevorderen van gemeenschapsvorming en het gebruik van gedeelde voorzieningen. Dit gaat tegen het huidige, meer individualistische, beeld dat we over wonen hebben in. Deze nieuwe woonvormen gaan dus tegen de standaard van overheden en ontwikkelaars, en soms ook de huidige regelgeving in, wat tot belemmeringen in de ontwikkeling leidt. De hoge kosten van nieuwe woonvormen komen hier grotendeels uit voort.

Tussen inclusief en exclusief

Na wat reacties op de presentatie van Frans krijgt landschapsarchitecte Maare Zondervan van Sweco het woord. Zij presenteert wat in haar visie van een gezonde stad. Dat is een stad waar je een eigen stek hebt en anderen die ook hebben. Zo is een stad inclusief, maar is er ook ruimte voor het ‘exclusieve’. Blokken met nieuwe woonvormen zijn vaak vrij exclusief, in zich zelf gekeerd, met eigen voorzieningen en een eigen collectief wat daar woont. Het inclusieve in een stad wordt veelal gevormd door de buitenruimte. Daarom is het belangrijk de buitenruimte mee te nemen in het ontwerp van nieuwe woonvormen, dat is de plek waar verschillende groepen elkaar ontmoeten.

 

Vanuit een breder perspectief

De discussie komt inmiddels flink op gang en komt weer terug op de hoge kosten van nieuwe woonvormen. Dit leidt er toe dat een nieuwe woonvorm, zoals heel klein wonen met een aantal gedeelde voorzieningen, eigenlijk alleen in grootstedelijke gebieden van de grond komt, en – met de juiste branding – vooral een ‘elite-feestje’ of ‘gentrificatie-machine’ is geworden. Zo draagt dit bij aan de exclusiviteit van grootstedelijke centra als geheel. Tegelijkertijd komt er in de kleinere wijk- en stadscentra komt er weinig stedelijke vernieuwing van de grond.

Om dieper op dit verschil in te gaan presenteert Frans Witteman zijn tweede bijdrage. Hij presenteert een onderzoek naar kansen voor wonen in wijk- en stadsdeelcentra. Veel van deze centra zijn verouderd en hebben te maken me een toenemende winkelleegstand. Door de gebieden op een goede manier te herontwikkelen kunnen ze beter met het omliggende woongebied worden verbonden en beter gaan functioneren als centrum van de wijk waarin ze gelegen zijn. Met een herontwikkeling in deze gebieden, kunnen er tussen de 15 000 en 25 000 nieuwe stedelijke woningen worden toegevoegd.

In de discussie die hierop volgt gaat het over het gebrek aan ontwikkelingsperspectief van deze gebieden. Er is vaak een sterk versnipperd eigenaarschap, dat het proces bemoeilijkt. De ‘nieuwe ambtenaar’ (uit de speech van Eshter Agricola) zou zich in dit soort gebieden tussen de bewoners, gebruikers en eigenaars moeten bewegen om een anders toekomstbeeld, voor bij het eenzijdige gericht op winkelen, te promoten om zo kansen van een nieuwe ontwikkeling mogelijk te maken. De uitwerking verschilt per locatie, maar zo’n toekomstbeeld zou uit moeten gaan van een leefbaarder en aantrekkelijker gebied waarin het voorzieningen- en (kleinere) winkelaanbod makkelijker op peil blijft. Dit kan door een drastische aanpassing van de functiemix, met minder winkels, meer voorzieningen voor de wijk, meer groen, en vooral meer woningen. Dit in combinatie met maatregelen voor klimaatadaptatie en energietransitie, en een kleinere, menselijkere, maat dan dat van de huidige monotone wijk- en stadsdeelcentra, kan er voor zorgen dat de centra weer gezond kunnen functioneren en aantrekkelijk worden als verblijfsgebied.

Ontwerp van nieuwe woonvormen

Na het bediscussiëren van toekomstbeelden voor winkelgebieden, focussen we ons op het ontwerp van nieuwe woonvormen. Dit doen we aan de hand van een presentatie van Ferry in ’t Veld van studio Architectuur MAKEN. Hij presenteert twee van zijn ontwerpen, de kleinste en de grootste: een tiny house en een appartementengebouw. Beide erg goede ontwerpen, met veel aandacht voor flexibel gebruik. In het appartementengebouw is ook het vormen van een gemeenschap een belangrijk uitgangspunt geweest, dit uit zich bijvoorbeeld in de vormgeving van de binnentuin en de brede galerij. Beide ontwerpen zijn gemaakt voor een hogere prijsklasse, wat ons terugbrengt bij een eerder discussiepunt: nieuwe woonvormen zijn vaak onbereikbaar voor de lagere en middeninkomens. Ze zijn een interessant verdienmodel in de centra met hoge grondprijzen, terwijl er op de plekken waar de vernieuwing hard nodig is nauwelijks wat van de grond komt.

De balans terugbrengen

Om met deze twee discussiepunten om te gaan, formuleren we een aantal maatregelen. Op locaties waar de markt goed is, zouden prijzen moeten worden gedrukt en doorstroming bevorderd. Hier is meer ontwikkelkracht voor corporaties nodig, dit kan door het afschaffen van de verhuurdersheffing. Daarnaast zouden gemeenten de prijzen op sommige locaties door middel van beleid en regelgeving kunnen drukken. Om de doorstroming te bevorderen kan gedacht worden aan een model zoals in het Rotterdams Woongenootschap. Hier worden huishouden huishoudens gestimuleerd om bij een wijziging in samenstelling (krijgen van kind, kinderen uit huis, etc.), ook een passende nieuwe woning te betrekken.

Voor achtergebleven locaties waar stedelijke vernieuwing niet door de markt wordt opgepakt, zijn maatregelen nodig om dit te stimuleren. Het ‘Parijs-model’ biedt hiervoor een interessant perspectief. In Parijs wordt gewenste locaties in het centrum gekoppeld aan minder gewenste in de periferie. Ontwikkelaars die in het centrum een project willen ontwikkelen, worden zo verplicht om éérst een project in de periferie te ontwikkelen. Die ontwikkeling kan alvast gerealiseerd worden met de virtuele opbrengsten uit het centrumproject. Er zijn dus een aantal maatregelen nodig om de markt aan de ene kant wat te dempen, en aan de andere kant wat te stimuleren.

Anders plannen?

Vanuit verschillende typen woonvormen en het belang van de buitenruimte werd besproken hoe in- of exclusief een stad kan zijn. Hier vanuit werden concrete opgaven bekeken, zoals de herontwikkeling van grootstedelijke centra, wijk- en stadsdeelcentra. Om nieuwe woonvormen ook bereikbaar te maken voor de lagere en middeninkomens en ze ook te laten landen waar een vernieuwing nauwelijks wat van de grond komt, zijn er maatregelen nodig. Het Parijs-model is een mooi voorbeeld dat heel direct de koppeling tussen de twee gebieden legt. Anders leven, blijkt uit de discussie, gaat niet enkel over het implementeren van nieuwe woonvormen, maar over het vinden van de juiste maatregelen om stedelijke vernieuwing niet alleen op toplocaties, maar ook op minder kansrijke plekken van de grond te krijgen. Begint anders leven dan bij anders plannen?

anders gaan sessie anders gaan sessie.

Sessie anders gaan

Nieuwe manieren van reizen

De eerste gespreksronde, met bijdragen van Jaap-Willem Kleijwegt (UNStudio), Jaap Modder, Wim Voogt (OKRA) en Carmen Aalbers (WUR) richtte zich op nieuwe manieren van reizen. Alternatieve vervoersmiddelen zoals de IJbaan (een kabelbaan over het IJ, Amsterdam) of de SkyTran (een netwerk van magnetische zwevende gondels) willen de vrije ruimte boven de stad benutten om de binnenstedelijk bereikbaarheid te verbeteren. Zonder luchtvervuiling en geluidsoverlast maakt elektrische rijden ook een andere inrichting voor een meer leefbare stad mogelijk. De belangrijkste ruimtelijke impact van deze alternatieven is meer ruimte in de stad voor andere functies. Vaak komen dit soort initiatieven moeilijk van de grond terwijl ze een duidelijke verbetering van onze leefomgeving kunnen bieden. Het lijkt niet aan (grote) investeringskosten te liggen, maar aan politieke belang of lef. Politieke lef en governance zitten ook een groter Noordwest-Europese high-speed railnetwerk in de weg. Verbetering van de agglomeratiekracht tussen de steden in dit gebied en de vermindering van de CO2-uitstoot door de luchtvaart zouden de pluspunten van deze optie zijn.

Integrale mobiliteit

Tijdens de tweede gespreksronde deelden Paul van de Coevering (BUAS), Wouter Kamphuis (Gemeente Rotterdam) en Roger Demkes (De Verkeersonderming) hun integrale manier van denken over mobiliteit. Nederland staat voor een grote verstedelijkingopgave. We kunnen niet meer zonder een goede afstemming tussen verstedelijking en mobiliteit. Lopen of fietsen naar OV-knopen moet een van de basisuitgangspunt voor verstedelijking blijven. Het leidt tot meer keuzevrijheid in vervoersmiddelen dan alleen een auto. Ook de NOVI (Nationale Omgevingsvisie) ziet dit als prioriteit, maar in de praktijk gebeurt het lang niet overal. Samenwerkingen stimuleren, juiste partijen bij elkaar brengen en integraal werken, lijken de principes om verstedelijking en mobiliteit beter af te stemmen, maar in de praktijk blijkt dit nog een uitdaging bij een aantal regio’s. Het inzetten van een metropolitaan mobiliteitsmakelaar zou een eerste stap kunnen zijn.

 

anders groeien sessie anders groeien sessie.

Sessie anders groeien

In gebiedsontwikkelingen komen nieuwe waarden aan bod die een steeds belangrijkere rol spelen, zoals biodiversiteit, klimaat en gezondheid. Er is gesproken over verschillende mechanismen om op waarde creatie te sturen, zoals het creëren van schaarste, het geven van korting en verevening tussen verschillende programma’s die niet allemaal dezelfde verdiencapaciteit hebben. We constateerden dat de culturele betekenis van een gebied doorslaggevend is voor het type veranderingen en de acceptatie van die verandering door de bewoners. Deze betekenis of identiteit vind je niet binnen de plangrenzen van een ontwikkeling, het is nodig om uit te zoomen tot de schaal van een landschap of deelregio.

Elke bijdrage leverde vanuit een deelaspect een nieuwe aanpak, met ook een nieuwe terminologie. Een aantal voorbeelden: ‘Natmakerijen’ (die in tegenstelling tot droogmakerijen het omliggende veengebied juist in stand houden in plaats van laten dalen), watermachines, bedrijventerreincertificaten voor duurzaamheid en circulaire ketens, wonen naast de betoncentrale of boven het laboratorium in een campusmilieu, en het ‘Landerijgoed’ (een type agrobosbouw met tevens ruimte voor o.a. wonen en recreëren).

anders pompen sessie anders pompen sessie.

Sessie anders pompen

Andere dynamiek

Delta’s zijn wereldwijd aantrekkelijke vestigingsplekken gekenmerkt door een dynamisch watersysteem. Hoe intensiever het ruimtegebruik in een Delta is, hoe meer de noodzaak ontstaat om de dynamiek te beheersen. Als gevolg daarvan ontstaat er in Delta’s een omkering in de traditionele lagenbenadering: niet langer is de ondergrond laag het meest stabiel, maar juist de occupatie laag. Bebouwing en bovengronds gebruik fixeren de ruimte en zijn zo het vertrekpunt voor de planningsopgaven.

Door de snellere en grotere zeespiegelstijging neemt de dynamiek in het watersysteem zodanig toe, dat de grenzen van de huidige strategie om die dynamiek te beheersen nadrukkelijk in beeld komt. Het is dus de vraag of we onze verzekering, in de vorm van de kapitaalintensieve verdedigingswerken, in stand kunnen houden.

De onzekerheden over de omvang en de snelheid van de zeespiegelstijging zijn zodanig groot, dat verschillende scenario’s op langere termijn mogelijk zijn. Een doorvertaling daarvan in te maken keuzen over ruimtelijke ontwikkeling op korte termijn is noodzakelijk. De centrale opgave daarbij is om de fixerende werking van de occupatie laag niet verder te laten toenemen, waar mogelijk te verminderen en ruimte te laten voor de opvang van water.

Het kennisprogramma Zeespiegelrijzing kan daar handvatten voor bieden, door het onderzoeken van belangrijke maatregelen:

— het treffen van maatregelen om bodemdaling te stoppen

— het reserveren van ruimte voor water op strategische plekken

— het werken met tijdelijke bestemmingen en kortere afschrijvingstermijnen om functieverandering op termijn mogelijk te maken

— het zoeken naar slimme functiecombinaties om het maatschappelijk rendement van de investeringen in verdedigingswerken te vergroten

Advies aan minister van Niewenhuizen in relatie tot het kennisprogramma Zeespiegelstijging

Verbindt de nieuwe Deltawet met een effectief instrumentarium voor de ruimtelijke ordening. Vul de bestaande ingenieurskunst aan met het denken vanuit building with nature en focus voor zowel het instrumentarium als de ingenieurskunst op de transitie die een snellere zeespiegelstijging kan accommoderen. Koppel investeringen die ingezet worden voor de bescherming en de omgang met het water met investeringen voor de infrastructuur als levensader voor het functioneren van een maatschappij.

anders denken sessie anders denken sessie.

Sessie anders denken

(English session)

 

Panorama Nederland

Several aspects of Panorama were debated on and this led to some very interesting points. One of them being the absence of social and cultural values and the visioning in the futuristic scenario of the Netherlands. The practitioners were curious to brainstorm about new methods of demonstrating the futuristic ideas and concepts of the design and planning sector for a wider audience in the society.

Contrasting concepts of planning and design

The three pitch presentations and brief discussion were based on contrasting concepts of planning and design, which led to a thought-provoking conversation of possible inclusion of these concepts in all the scales and practices. The pitches varied between the scale of action, process of development and place of implementation. All the pitches had a common ground of collaborative approaches with associated stakeholders. This encouraged the participants to think about the ideal examples or case studies, nationally or internationally.

New thinking

The ideal examples or case studies framed the last conclusive part of the session. It was validated in the final discussion that the concept of urban planning and design is extremely complex to implement the ‘ideal new thinking’ in any context. Although the bottom line of the Anders Denken session remained that we need to keep thinking differently and experiment the theories into practice to find out the most idealistic and realistic approach.

metropool forum 2019 metropool forum 2019.
terug naar boven terug naar boven