Industriële & Conceptuele Woningbouw in Rotterdam

van stedenbouwkundige plankaart tot praktijk

01 april 2026

Na een inspirerende aftrap in Delft en een verdiepende dag in Groningen doken we op 19 maart in Rotterdam tijdens de Werkplaats Industriële en Conceptuele Woningbouw verder in de praktijk van fabrieksmatige woningbouw: van stedenbouwkundige plankaart tot bouwbare werkelijkheid.​ Met als centrale vraag: hoe maakt men het verhaal van de stad en de stedenbouwkundige plankaart naar werkbaar voor industriële en conceptuele woningbouw?

In een volle zaal in het Keilepand verzamelden zich stedenbouwkundigen, bouwers, ontwerpers, ontwikkelaars, corporaties en beleidsmakers om samen te werken aan oplossingen waarin industriële woningbouw optimaal bijdraagt aan mooie, duurzame en toekomstbestendige woonwijken.

wat hebben we gedaan?

De Werkplaats Industriële en Conceptuele Woningbouw is een plek waar stedenbouwkundigen, bouwers, ontwerpers, ontwikkelaars, corporaties en beleidsmakers elkaar met regelmaat ontmoeten. Samen verkennen ze vanuit de praktijk, beleid en ontwerp hoe ze stap voor stap richting een nieuwe bouwcultuur en toekomstbestendige woonomgevingen komen. De deelnemers werkten in wisselende samenstellingen aan drie hoofdthema’s:

1. samenwerking en opdrachtgeverschap

2. ruimtelijke kaders en instrumenten

3. kennisdeling en opschaling

De ochtend stond in het teken van het verhaal van Rotterdam: een stad met grote duurzaamheidsambities en een stevige woningbouwopgave. De gemeente zoekt actief naar een win-win: meters maken én sociale kwaliteit toevoegen, zoals bijvoorbeeld in Rijnhaven. Vanuit het stadsverhaal trokken de deelnemers letterlijk en figuurlijk de wijk in: via excursies en werksessies, van Paris Proof gebiedsontwikkeling tot architectonische kaders en industriële stedenbouw in de praktijk.

het verhaal van de stad en de plankaart

Paul Gerretsen opende de dag met een terugkoppeling op de centrale vraag: waar moet het verhaal van de plek worden geborgd om industriële woningbouw te laten slagen? Het belang van de uniciteit van een plek is van groot en zou een ankerpunt moeten zijn in een stedenbouwkundig plan, maar blijft er dan genoeg ruimte over voor de efficiëntie van industrieel bouwen?

Mattijs van Ruijven, hoofd stedenbouwkundige van de gemeente Rotterdam, nam de deelnemers mee in het Rotterdamse perspectief. Een stad die de lat hoog legt met het Plan van Aanpak Duurzaam Doorbouwen en de ParisProoftuin Schiehaven Noord. Een stad die eerlijk naar zichzelf durft te kijken en daarin de deelnemers inspireert. Want het gaat nooit alleen om eneraieneutraal of installatievrii bouwen: sociale kwaliteit en betaalbaarheid zijn hier altijd deel van de opgave.

Annette Matthiessen en Cedrique Noordman Steenkamer lieten zien hoe de gemeente aan de slag is met de Paris Proof-tuin Schiehaven Noord. Ze vertelden over de torenhoge ambities om daar energie- en klimaatneutraal te bouwen en welke uitdagingen dat met zich meebrengt. En de lessen die ze leren in deze pilot die ook voor hele gemeente zinvolle kennis oplevert.

een stedenbouwkundige plankaart die wérkt voor industrieel bouwen

Frits Palmboom, Franz Ziegler en Jeroen Ruitenbeek gingen in op de stedenbouwkundige plankaart vanuit de vraag: hoe ontwerp je kaders die industrieel en conceptueel bouwen niet alleen toestaan, maar er actief bij aansluiten? De kern van het verhaal: schrijf de oplossing niet voor, maar definieer de ruimte en de grenzen scherp. Daarbinnen ontstaat dan ruimte voor een flexibele invulling waarin gestandaardiseerde bouw en maatwerk met elkaar gecombineerd kunnen worden. Zo zorgen we er samen voor dat het verhaal – de eigenheid – van de plek geborgd blijft.

In het gesprek met het publiek bleek hoe uiteenlopend de praktijkervaringen zijn. Sommigen pleitten voor strakke, ondubbelzinnige kaders, anderen juist voor robuuste maar flexibele systemen die mee kunnen bewegen met nieuwe inzichten. De gedeelde conclusie was helder: stedenbouwkundige, bouwer en opdrachtgever moeten vroeg met elkaar in gesprek anderse blijft de plankaart een papieren afspraak.

excursies en werksessies: van kaart naar kavel

Na de lunch gingen de deelnemers aan de slag in verschillende werksessies of excursies. De centrale vraag was: hoe landt industriële en conceptuele woningbouw in de bestaande stad?

– Historische excursie Overschie: Urban Guides onder leiding van paul Groenendijk bood een historische blik op industriële woningbouw uit de naoorlogse wooncrisis (eind jaren ’40, begin jaren ’50), met aandacht voor de Welschen I en II (rijksmonument) en recent gerenoveerde woningen uit het Baksteen Montage Bouw systeem.

– Paris Proof masterplan Schiehaven Noord: Onder leiding van Annette MatthiessenCedrique Noordman-Steenkamer, Marco Broekman en Frits Palmboom werd gezocht naar samenhang tussen energieprestaties, materialen en stedenbouwkundige structuur. Hoe kwantificeren we Paris  Proof als je ondergrond, openbare ruimte, gebruik en beheer meeneemt in de som? Deze vraag is niet makkelijk te beantwoorden maar een aantal lessen uit het verleden, bijvoorbeeld van Berlage, kunnen bijdragen. Later zal blijken in hoeverre industriële bouw hier een grote rol kan gaan spelen, eventueel via een marktconsultatie.

– Architect aan Zet liet zien dat het ook anders kon. Door de architect vroeg een centrale rol te geven bij het verbinden van ontwerp, techniek en ruimtelijke kwaliteit kon al in het voortraject richting worden gegeven. Maar, werkt dit ook bij de grote opgaven die we bij industriële woningbouw als kansen zien? Er lijken zeker kansen voor Architect aan Zet i.c.m. industriële woningbouw, zodat ook daar architectonische kwaliteit centraal staat. In plaats van Architect Aan Zet, Architect van A tot Z! Onder leiding van Dianne Maas-Film, Astrid Karbaat, Christiaan Cooiman en Emile Kuijt.

– De excursie naar The West Blake en het gesprek over de Woonopgavescan, met onder meer Paul Gerretsen en Yvonne Rijpers, liet zien hoeveel potentie de bestaande stad biedt voor toevoegingen via industriële en conceptuele woningbouw, mits we slim kijken naar restruimtes, verdichting en transformatie. Het zijn specifieke niet uitsluitend industriële oplossingen maar passen wel in de stedenbouwkundige context. De vraag: hoe kunnen we de seriematigheid van die oplossingen vergroten? nemen we mee naar de volgende werkplaats. 

De werksessie over architectonische kaders voor industriële woningbouw, onder leiding van Thijs Asselbergs en betrokkenen uit praktijk en kwaliteitsadvies, draaide om de vraag hoe je esthetische en ruimtelijke kwaliteit borgt in een proces dat vaak door productie-eisen wordt gedomineerd. De conclusie dat er meer op doelen en kwaliteiten gestuurd moet worden en minder in oplossingen, werd breed gedragen.

– Tot slot werd in de werksessie industriële stedenbouw in de praktijk met onder meer De Bouwcampus, mei architecten en Marc Koehler Associates gezocht naar ontwerpen die zowel productief als stedelijk rijk zijn. Door een focus op Product-Markt-Combinaties kwamen er zowel kwalitatieve lessen naar boven als proceslessen. Product-Markt-Combinaties kunnen voor beide eventueel een kans bieden.

De opbrengst van de middagsessies : 

  • Het is noodzakelijk om het perspectief van de bewoners vroeg in de plannen mee te nemen 
  • De openbare ruimte is drager van identiteit van een plek 
  • Er is (altijd) spanning tussen maatwerk en industriële bouw. Het bezoeken van projecten helpt om het vertrouwen in industriële oplossingen te vergroten. 

 

pitches en panel: versnellen zonder verarmen

De middag werd afgesloten met een serie korte pitches. Thomas Bedaux schetste de potentie van grondgebonden industriële bouw die kan leiden tot kleinschalige kwalitatieve buurtjes. Marc Koehler liet zien hoe gestapelde, betaalbare concepten een nieuw woningaanbod kunnen vormen en Arlette van Poppel benadrukte hoe industrieel bouwen al decennialang bij kan dragen aan tevreden bewoners, mits de juiste randvoorwaarden worden gesteld. Eric van der Kooij reflecteerde tenslotte op de stand van de stedenbouw in relatie tot industrieel bouwen, en plaatste de discussies in een bredere context. 

In het afsluitende panelgesprek, onder leiding van Paul Gerretsen, kwamen de eerder geschetste spanningsvelden nog één keer scherp langs. De panelleden, onder wie Peter-Michiel Schaap, Thomas Bedaux, Marc Koehler, Arlette van Poppel en Eric van der Kooij, spraken over de noodzaak van een nieuwe bouwcultuur die niet langer uitgaat van een tegenstelling tussen snelheid en kwaliteit. De discussie benadrukte dat goede voorbeelden wel bestaan, maar nog onvoldoende zijn opgeschaald en gedeeld; kennisdeling en het organiseren van continuïteit in samenwerking blijven sleutelwoorden. We willen het graag als schijf van vijf, met zijn alle samendoen. 

Paul Gerretsen en Frits Palmboom sloten de dag af met een vooruitblik op de verdere stappen binnen de Werkplaats, nl het vasthouden van de opgebouwde kennis, een onderzoek naar de mogelijkheden van digitalisering voor het verder uitwerken van stedenbouwkundige kaders en het voorbereiden van de volgende bijeenkomst op 2 juli in Arnhem. 

vervolg

De Werkplaats Industriële en Conceptuele Woningbouw groeit uit tot een plek waar praktijk, beleid en ontwerp elkaar structureel ontmoeten. De dag in Rotterdam liet zien dat er geen gebrek is aan energie, experiment en voorbeelden, wél aan gedeelde taal, instrumenten voor betere samenwerking en langdurige leertrajecten. 

De volgende bijeenkomsten bouwen daarop voort. We zoeken verder naar de juiste vorm van de (digitale) stedenbouwkundige plankaart, en samenwerkingsvormen die industrieel en conceptueel bouwen verbinden met het verhaal van de plek. Stap voor stap werken we zo aan een nieuwe bouwcultuur waarin industriële woningbouw bijdraagt aan mooie, gezonde en toekomstbestendige leefomgevingen.  

terug naar boven terug naar boven