Ruimtelijk ontwerpers als grenswerkers in transformaties naar een duurzame leefomgeving

Buitenlandse casussen als spiegel voor een nieuwe Nederlandse ruimtelijke ordeningspraktijk

In het kader van het SURF VerDuS onderzoeksprogramma van de NWO, hebben we in samenwerking met Rijksuniversiteit Groningen (RUG) twee groepsdiscussies georganiseerd. Vereniging Deltametropool is zeer sterk gefocust op het herpositioneren van planners en ontwerpers om de transitieopgaven en klimaatuitdagingen aan te pakken. Samen met de RUG, hebben we daartoe het zogeheten The New Planning Dialogue met het thema “Planning for All” georganiseerd. Dit dialoog focuste op het herpositioneren van de ruimtelijk planner en ontwerper als dirigent een aanjager van duurzame toekomsten voor regio’s.

Om de benodigde transformatie naar een duurzame leefomgeving gestalte te geven, zetten de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en de nieuwe Omgevingswet in op intensieve samenwerking tussen stakeholders. Daarbij rijst de vraag wat ontwerpers, als potentiële grenswerkers, hieraan kunnen bijdragen. Specifiek deze vraag staat centraal in het onderzoeksproject ‘ruimtelijk ontwerpers als grenswerkers’.

Met de twee voor dit onderzoek samengestelde focusgroepen, werden discussies gevoerd die zich richtten op wat er geleerd kan worden voor de nieuwe Nederlandse ontwerppraktijk. In de eerste focusgroep was er een gesprek met en vanuit het perspectief van ontwerpers en de ervaringen als ontwerper bij integrale projecten en programma’s. Bij de tweede focusgroep lag het accent op de toepassing van opgedane inzichten met betrekking tot grenswerken door ruimtelijk ontwerpers in beleid- en programmaontwikkeling en uitvoering.

Bij deze focusgroepen waren er een aantal vragen die als leidraad dienden voor de discussie:

  •  Wat zijn de drie belangrijkste grenswerk activiteiten die ontwerpers in hun werk toepassen om verschillen te overbruggen en waarom?
  • Wat zijn drie sleutel condities voor grenswerken door ontwerpers en waarom zijn dit sleutelcondities?
  • Wat zijn typische grenzen die ontwerpers kunnen overbruggen en welke grenswerk activiteiten horen daarbij?
  • Wat zijn drie sleutel kenmerken van ontwerpers die grenzen overbruggen en waarom zijn dit sleutelkenmerken?

De discussies die in mei 2021 plaats hadden, boden een interessante verkenning van het thema, waar we op voort kunnen bouwen.

 

Ontwerpers als grenswerkers

Terwijl de opgaven steeds complexer worden en de onderlinge samenhang evidenter, blijkt integrale interdisciplinaire samenwerking in de praktijk een stuk minder vanzelfsprekend. Met de NOVI is er een goed begin gemaakt, maar er zijn een aantal kwetsbaarheden voor een succesvolle integrale praktijk, die zich dienstbaar opstelt naar de samenleving.

Daarbij zijn er zeker verschillende voorbeelden voor hoe een succesvolle praktijk eruit kan zien, zoals het wereldwijd aangehaalde Nederlandse programma Ruimte voor de Rivier. Het wordt vaak als inspiratie gezien, echter gebeurt dat vaak zonder klassiek ontwerpers.

De context blijkt daarnaast leidend voor het al dan niet slagen van het uiteindelijke resultaat. Zo heeft de Biesbosch door het integraal meenemen van de bestaande landbouwfunctie tot een waardevol landschap heeft weten te evolueren, met name dankzij de actieve participatie van belanghebbenden. De Rebuild by Design strategie voor New York boekte daarentegen gemengde resultaten door de in sommige gevallen gebrekkige institutionele capaciteit en verschillende politieke belangen.

Dan rijst toch wel de vraag wat de rol van de ontwerper dan is.

De ontwerper kan bijdragen door actief te verbinden. Het integreren van de verschillende belangen en disciplines om richting een gezamenlijk eindpunt te gaan is hierin cruciaal. Dit gaat verder dan het creëren van toegevoegde waarde voor of meeliften op een bepaalde ontwikkeling. Ontwerpend Onderzoek zou hier juist in het gehele proces als instrument moeten dienen om de besluitvorming te sturen. Ook wanneer de oplossing niet ruimtelijk is.

De kracht van het verhaal kan daarbij niet onderschat worden. Juist de ervaring met het ruimtelijke stelt de ontwerper in staat tot het verbeelden van nieuwe en innovatieve oplossingen. Dat is niet vanuit neutraliteit, maar vanuit (opgebouwde) kennis en kunde. Er is een verschil in vermogen om ruimtelijk te denken, en dat moet de ontwerper zich echt realiseren. Niet iedereen kan bijvoorbeeld tekeningen lezen. Dit vraagt om een laagdrempelige manier van communiceren en een vaardigheid om te begrijpen wat verschillende belanghebbenden voor ogen hebben.

Je tekent een oplossing waarbij je een brug legt tussen verschillende doelen en waarmee je schijnbaar tegenstrijdige belangen verbindt. De ontwerper krijgt zo een set van vragen die in eerste instantie niet bij elkaar passen. Tegelijk werk je met partners en specialisten die niet altijd kunnen uit kunnen leggen waarom iets (op een bepaalde manier) moet. Daarom is het van belang om de mensen die je mee wil nemen te begrijpen en bij de problemen, zoals ze door andere partijen worden geformuleerd, aan te sluiten. Deze kun je vervolgens om proberen te buigen naar ruimtelijke interventies.

Maar hoe kan de ontwerper deze kwaliteit bewaken? In de realiteit zijn continuïteit en budgettering grote uitdagingen. Bestuurlijke termijnen vormen, naast het opsplitsen en steeds opnieuw aanbesteden van de verschillende fases, een risico voor de integriteit van het eindresultaat. En budget en daarmee ook tijdsverdelingen en hiërarchie vormen een risico voor het slagen van een integrale aanpak. Dat vraagt enerzijds om het aangaan van verschillende allianties, zoals in de VS een stuk gebruikelijker is, of budgettaire bandbreedtes, zoals bij Ruimte voor de Rivier het geval was. Anderzijds om een ontwerper als procesbegeleider, en een proces dat iteratief is en een kwaliteitsteam heeft om continuïteit te waarborgen.

Juist een vrije ruimte, waar experiment mogelijk is, en zelfs de opgave kan worden bevraagd is van belang om aanpakken te ontwikkelen voor de complexe situatie waarin we ons bevinden. De reden dat projecten goed worden is dat niemand wist hoe je het moest doen. En dat leren is de rol van het derde type onderzoek, abductie, of ontwerpend onderzoek.

Hoe gaan we verder?

Het eindrapport zal in september door de onderzoeksgroep van de Rijksuniversiteit Groningen worden afgerond. Daarnaast zijn we van plan om dit in de komende maanden verder te ontwikkelen met een bredere groep.

Ben je geïnteresseerd in dit proces en zou je graag je ervaringen en ideeën over dit onderwerp willen delen? Stuur dan een mail naar alankrita.sarkar@deltametropool.nl

terug naar boven terug naar boven