Waar we de vruchtbare kleipolders te danken hebben aan de zee, krijgt de zee nu weer meer invloed op deze landbouwgronden door toenemende verzilting: steeds meer zout zeewater drukt door een stijgende zeespiegelstijging en inklinkende polders via de ondergrond het gebied in, en bedreigt de gangbare manier van landbouw. Kunnen we een productief landschap houden in een zoutere, meer dynamische polder? Dat vraagt om een verandering van spijs, dat doet eten. In dit verhaal hebben studenten deze vraag verkend.
De dynamiek wordt in dit verhaal voorzichtig de polder binnengelaten via een nieuw soort polder. Deze polders worden opengesteld aan de Schelde, die met de getijden haar voedselrijke slib afzet. Het land wordt hoger en vruchtbaarder, en het zout spoelt op den duur eruit. In het afwisselende zoute en zoete land is plek voor nieuwe producten, zoals zeewier of zilte teelten. En stel dat veranderingen in de wereldmarkten ruimte vrijmaken in de haven van Antwerpen: misschien zou hier zelfs eten verbouwd kunnen worden!
Wie zijn die dappere boeren die in deze polders gaan pionieren?
Er is hier een omslag in de gedachten over wat een boerenbedrijf inhoudt: gericht op natuurlijke cycli en dynamieken en minder op consumentengewoonten en lage prijzen. Die verandering kunnen de pioniers niet alleen aan: de overheid kan dergelijke experimenten stimuleren en ondersteunen.
Stella Sprenger, Tjalling Cohen Tervaert & Thomas van der Wielen schreven twee fictieve ‘toekomstinterviews’ met deze pioniers (in het Engels).