Verstedelijk­ingsopgave van Nederland

Naar een gezamenlijke aanpak

Na jaren van weinig aandacht is de verstedelijking van Nederland weer stevig op de agenda terecht gekomen. Echter blijkt ook dat er geen vastgesteld verstedelijkingsbeeld en -beleid is voor Nederland. Dat terwijl de condities voor een krachtige, duurzame en effectieve verstedelijkingsstrategie wel aanwezig zijn.

Nederland is een natie met diverse vormen van verstedelijking. Nederland bestaat uit: metropolitane gebieden; stedennetwerken; Nationale landschappen; en landbouwgebieden Nederland is een natie met diverse vormen van verstedelijking. Nederland bestaat uit: metropolitane gebieden; stedennetwerken; Nationale landschappen; en landbouwgebieden.

Vanaf 2019 treedt de nieuwe Omgevingswet in werking. Daarbij hoort ook één Rijksvisie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Provincies en gemeenten zijn verantwoordelijk voor de inrichting van de fysieke leefomgeving. De verstedelijkingsopgave is een van de grote (sectorale) opgaven die in de startnote NOVI zijn geschetst.

 

In het voorjaar van 2017 is op initiatief van het Interprovinciaal Overleg (IPO) en in samenwerking met de grote steden uit het G4-netwerk en de middelgrote uit het G32-netwerk een ronde bestuurlijke gesprekken gehouden onder leiding van Joost Schrijnen en Paul Gerretsen over de verstedelijkingsopgave als belangrijke gezamenlijke bijdrage van de totstandkoming van de NOVI. Het gaat niet om één verstedelijkingsstrategie voor heel Nederland, maar om een reeks verschillende benaderingen die recht doen aan de regionale verschillen.

 

Geïnterviewde bestuurders en directeuren Geïnterviewde bestuurders en directeuren. Interview team: Joost Schrijnen, Paul Gerretsen, Frank Puijn, Ron Lander, Monique Esselbrugge

Quotes uit de interviews

“De steden zijn de motoren van de economie.”

“Voor energietransitie zou het belangrijk zijn de verkoopbaarheid van het huis te koppelen aan het energielabel”

“Zorgpunt is dat de bestaande verkeersmodellen niet werken voor de stedelijke bereikbaarheidsopgave.”

De bevindingen zijn gebundeld in de publicatie “Verstedelijkingsopgave van Nederland- IPO , G4 en G32: Naar een gezamenlijke aanpak”. Er zijn een aantal algemeen geldende aandachtspunten gedestilleerd uit de gevoerde gesprekken.

De optimalisatie van de bestaande stad

Alle partijen zijn het er over eens dat het belangrijkste doel van verstedelijking is: het bestaande toekomstbestendig krijgen, om bestaande steden en dorpen aan te pakken en op een hoger niveau te brengen.

Diverse vormen verstedelijking

De stedelijke renaissance met de vraag naar hoogstedelijke milieus gaat hand in hand met de trek naar kleine dorpmillieus. Voor de vraag naar nieuwe woningen en werkomgevingen verschuift de aandacht van de hoeveelheden die gerealiseerd moeten worden, naar een diversiteit van omgevingen.

Verstedelijking als maatschappelijke opgave

Het gaat niet alleen om de toekomstige inrichting van locaties maar ook om een transitie waarin maatschappelijke opgaven hun plek moeten vinden. Maatschappelijk betrokkenheid is daarbij noodzakelijk.

De regio als speelveld

Er zijn grote verschillen in verstedelijkingsdynamiek. Sterke groei wordt op korte afstand afgewisseld met stilstand of krimp. Op dit moment is regionale samenwerking en afstemming bij de ontwikkeling van woon- en werklocaties nog te vrijblijvend. Een prikkel of  beloning op sterke regionale samenwerking zal gemeenten stimuleren hun rol adequaat in te vullen.

Metropolitane urgentie

Voor de ontluikende metropoolregio’s is wat betreft schaal en agenda specifieke aandacht gewenst in de NOVI. De metropoolontwikkeling is van toenemende betekenis voor de internationale concurrentiepositie van Nederland en Nederlandse steden.

Samenhangend in internationale context

Nederland is geen grote stad maar een sterk verstedelijkt land. Voor de NOVI bestaat niet alleen de noodzaak om het geheel bij elkaar te houden, maar ook om de verschillende potenties van de verschillende landsdelen elkaar te laten versterken.

Verstedelijking is bereikbaarheid

Stedelijke bereikbaarheid wordt als meest prangende opgave ervaren in metropolitane gebieden. In alle gevallen is een regionaal bereikbaarheidsaanpak wenselijk en daarbij is versnelling van het nationale netwerk, met specifieke aandacht voor de grensoverschrijdende verbinding van belang.

Naar een verdiepingsstrategie

Bij een gedecentraliseerde ruimtelijke ontwikkeling, horen decentrale middelen om de regionale doelen te bereiken. Het is noodzakelijk deze middelen in kaart te brengen en te beoordelen of er nationale of provinciale fondsen of andere financiële constructies aanvullend nodig zijn.

Voor ‘Verstedelijkingsopgave van Nederland – een gezamenlijke aanpak’ zijn geïnterviewd: Eric van den Burg (Wethouder Amsterdam), Boudewijn Revis (Wethouder Den Haag), Ronald Schneider (Wethouder Rotterdam), Paulus Jansen (Wethouder Utrecht), Esther Agricola (Directeur Ruimte en Duurzaamheid Amsterdam), Peter Kievoet (Directeur Economie Mobiliteit en Ruimte), Emile Klep (Directeur Stedelijke Inrichting Rotterdam), René Groen (Directeur Ruimtelijke Kwaliteit en Mobiliteit), Pieter Klomp (Adjunct directeur Ruimte en Duurzaamheid), Lennart Harpe (Wethouder Delft), Raimond de Prez (Wethouder Delft), Ferrie Förster (Wethouder Delft), Staf Depla (Wethouder Eindhoven), Jeroen Hatenboer (Wethouder Enschede), René Verhulst (Burgemeester Goes), Roeland van der Schaaf (Wethouder Groningen), Peter van Zutphen (Wethouder Heerlen), Ralf Karel Hubert Krewinkel (Burgemeester Heerlen), Job Fackeldey (Wethouder Lelystad), Mario Jacobs (Wethouder Tilburg), Dennis Straat (Wethouder Zaandam), Erik van Merrienboer (Gedeputeerde Noord-Brabant), Josan Meijers (Gedeputeerde Gelderland), Jan Jacob van Dijk (Gedeputeerde Gelderland), Fleur Q. Gräper-van Koolwijk (Gedeputeerde Groningen), Bart Krol (Oud Gedeputeerde Utrecht), Adri Bom-Lemstra (Gedeputeerde Zuid-Holland).

 

Project team

Vereniging Deltametropool
Anastasia Chranioti
Paul Gerretsen
Yvonne Rijpers
Gertie van den Bosch
Joost Schrijnen (Ruimte voor Ontwikkeling)

Interview team

Joost Schrijnen
Paul Gerretsen
Frank Puijn (Interprovinciaal Overleg)
Ron Lander (Provincie Groningen)
Monique Esselbrugge (Provincie Overijssel)

Redactie

Catja Edens (Spatie)

 

Vragen of reageren?

Neem voor meer informatie contact op via anastasia.chranioti@deltametropool.nl of 010-737 0340.

terug naar boven terug naar boven