Terugblik op De Groene Golf
hoe groeit metropolitaan groen mee met de woningbouwopgave?
24 maart 2026
Tijdens de werkconferentie De Groene Golf op 10 maart 2026 stond één vraag centraal: hoe zorgen we dat metropolitaan groen meegroeit met de 21 grootschalige woningbouwlocaties? De bijeenkomst bracht onderzoekers, overheden en praktijkpartners samen rond een urgente opgave: niet alleen meer woningen, maar ook meer landschappelijke kwaliteit, recreatieve ruimte en ecologische samenhang.
Van woningbouwopgave naar groenopgave
De aanleiding is de grote woningbouwopgave die het Rijk wil realiseren met de ‘grootschalige woningbouwlocaties’. Deze 21 locaties met in totaal meer dan 600.000 te realiseren woningen hebben een grote invloed op de metropolitane systemen waar ze komen te liggen. Met de druk van meer woningen is er ook een noodzaak om groene ruimte op metropolitane schaal te laten meegroeien, ten behoeve van recreatie, klimaatadaptatie, biodiversiteit, cultuurhistorie en economie. Tijdens de werkconferentie werd er geëxperimenteerd met mogelijke verhoudingen en werden de grootschalige woningbouwlocaties nader onderzocht.
De dag begon met twee keynotes. Vita Teunissen ging in op de motieven en tijdsgeesten die in het verleden aanleiding gaven tot de ontwikkeling van metropolitaan groen. Paul Lecroart bracht vervolgens een Parijs perspectief op de noodzaak van stevig en structureel vergroenen op metropolitane schaal.
David de Boer presenteerde daarna een analyse van de landschappelijke context van de 21 grootschalige woningbouwlocaties. Deze analyse vormt een belangrijke bouwsteen voor een atlas in ontwikkeling, die de aanknopingspunten voor regionaal groen in en rond deze locaties in beeld moet brengen.
De resultaten van de workshop 'schuiven met groen en rood'.
Niet alleen hoeveel en waar, maar ook wat
Met de vraag van meegroeiend groen was de richtlijn van 350-500 m2 ‘regionaal groen’ per woning een aanleiding om het gesprek te voeren wat dit groen betekent. De verhouding van groen tot een woning is daarmee niet een van kwantiteit, maar misschien ‘vooral’ kwaliteit. Anderzijds maakt een grillige definitie en kwaliteitsbepaling het ingewikkeld om kaders te stellen en normen te bepalen. In deze workshop gaf een cijfermatige benadering de aanleiding om de vraag te stellen hoe we die cijfers definiëren.
De noodzaak van meegroeiend groen lijkt duidelijk, maar hier een universele verhouding aan koppelen blijkt zo makkelijk nog niet. Naast de kwalitatieve vraag van het groen gaf de workshop ‘schuiven met rood en groen’ ook aan dat het duiden van het toe te voegen groen noodzakelijk was, maar niet altijd even makkelijk. Soms lag dat ook aan de beschikbare ruimte en het karakter daarvan, die door verschillende reden in de mogelijkheden beperkt kon zijn in de omgeving van de locaties.
De resultaten van de workshop 'schuiven met groen en rood'.
Drie boodschappen uit de conferentie
Aan het eind van de dag formuleerden de deelnemers een agenda voor drie niveaus: het Rijk, regio’s en gemeenten, en Vereniging Deltametropool met de CoP zelf.
1. Aan het Rijk: maak harde afspraken over groen
Het advies aan het rijk rust op twee gedachten. Enerzijds zijn er harde beloftes nodig voor het metropolitaan groen. Vul het MIRT aan met groen en landschap- een integrale financiering voor integrale ontwikkeling. Voorkom ook dat de rekening voor het landschap geheel bij de gemeenten komt te liggen. Anderzijds, kunnen we de groene opgaven niet enkel definiëren in hectares en euro’s. Vergroot de aandacht voor de intrinsieke, culturele en emotionele waarde van groen. Waar doen we het eigenlijk voor? Voor dit onderwerp is het misschien juist noodzakelijk om bij bestuurders de emotionele snaar te raken: onze verbondenheid met het landschap is voorwaardelijk.
2. Aan regio’s en gemeenten: organiseer en verbind
Voor de partijen die hoe dan ook met het onderwerp van metropolitaan groen aan de slag moeten, is het belangrijk om, net zoals groenblauwe ruimte, ook organisatorisch de netwerken te verstevigen en uit te breiden. Dat kunnen we doen met een idealistisch verhaal waarin de maatschappelijke opgave centraal staat, met ontwerpkracht om dat verhaal te verbeelden. Gebruik tegelijkertijd de bestaande mechanismen, netwerken en bottom-up initiatieven voor metropolitaan groen.
3. Aan de CoP en Vereniging Deltametropool: werk aan taal, verbeelding en doelgroep
De eerdergenoemde vraag van ‘wat’ het metropolitaan groen is, in plaats van alleen hoeveel en waar, staat hier centraal. De waarde van bijvoorbeeld verbindingen is ook lastig te vangen in cijfers. In het definiëren van het narratief, is ook de doelgroep belangrijk voor ogen te houden: voor wie doen we dit? Dat geld zowel voor de doelgroep van het onderzoek, als de doelgroep van het groen en de woningen. Het gebruiken van verbeelding naast cijfermatige perspectieven kan hier inzicht in bieden.
Het onderzoek waar aan wordt gewerkt is een work-in-progress, en de werkconferentie geeft de gelegenheid om input op te halen en bij te sturen.
Vervolg: naar een atlas van de groenopgave
Het onderzoek waar deze werkconferentie een belangrijk moment voor was gaat door! De kaarten van Vereniging Deltametropool en een eerste inventarisatie vanuit de gemeenten en regio’s zal uiteindelijk resulteren in een atlas van de groenopgave van de grootschalige woningbouwgebieden.
Voor de volgende stap willen we graag in contact blijven met de betrokken gemeenten, en in contact komen met de gemeenten wiens input we nog niet hebben kunnen ophalen. Als toevoeging op de vier verschillende thema’s van de kaarten (landgebruik, landschappelijke context, infrastructuur, en kansen) voegen we nog een kaart toe waarin de gemeenten vooral in duidelijk maken waar ze mee bezig zijn, en waar ze tegenaan lopen. Ben, of ken je iemand van een gemeente die niet aanwezig was tijdens de werkconferentie maar wel graag wil bijdragen? Neem contact op! Stuur een mail naar David de Boer.
de Community of Practice
De werkconferentie en het onderzoek zijn een initiatief van de Community of Practice Metropolitaan Landschap als Brede Welvaart. Deze community organiseert kennisuitwisseling en kennisontwikkeling rond de rol van metropolitaan groen in brede welvaart.
De kerngroep bestaat uit Vereniging Deltametropool, College van Rijksadviseurs, Staatsbosbeheer, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en de provincies Zuid-Holland, Utrecht en Noord-Brabant. Samen dragen zij financieel bij aan de community en bepalen zij de koers, ook richting het volgende werkprogramma voor de periode 2027–2029.