Onderzoeks­fotografie voor de metropool

Boekrecensie

Dat vliegtuig, bijna op de landingsbaan, staat er half op. Het grootste deel van de eerste foto in dit boek bestaat uit een zware grijze lucht. De landingsbaan ligt er een beetje scheef onder. Schiphol is misschien wel het meest besproken onderwerp in Groot-Amsterdam, zoals Theo Baart “zijn stad” noemt.

Groot-Amsterdam, Metropool in ontwikkeling, Theo Baart, met bijdragen van Ton Bossink en Jurjen Tjarks, Nai010 uitgevers, Rotterdam/Stichting Ideas on Paper, Amsterdam, 2020

Baart woont in Hoofddorp maar is Amsterdammer. Het mentale Amsterdam is veel groter dan de grachtengordel met wat uitbreidingswijken. Amsterdam heeft vaak een heel grote mond maar zit in een veel te klein jasje. De stad is geen metropool, het stedelijk gebied tussen het IJsselmeer en de Noordzee is een metropool met ruim 2 miljoen inwoners.

Volgens de titel van Baarts nieuwe boek is de metropool nog in ontwikkeling. Dat is in veel opzichten het geval. Het lijkt er vaak op of die metropool nog niet ontdekt is, in ieder geval niet door de vertegenwoordigers van het openbaar bestuur. Zij zijn voortdurend in de weer om dit fenomeen bestuurlijk niet te groot te maken. De Nederlandse politiek heeft weinig op met de grote stad, nooit anders geweest. Anders dan de Fransen. In Nancy of Lyon houden ze van hun “grand metropole”. Hier niet, de stedelijke regio wordt primair geassocieerd met gedoe en veel vergaderen, overigens een zelfgecreëerd probleem.

Een boek met 384 pagina’s (papier is aan de dunne kant) als statement maar ook als resultaat van een aantal (foto) expedities door Groot-Amsterdam. Fraai vormgegeven door de Amsterdamse boekontwerper Joost Grootens en gedrukt  in Breda (NPN drukkers). Baart bedrijft wat ik zou willen noemen “investigative photography”. Voor dit project riep hij de hulp in van een planoloog en een stedenbouwkundige voor de “feitelijke ontwikkelingen”. Die zijn vorm gegeven in een kaartbijlage.

Kan fotografie bijdragen aan het definiëren van een ruimtelijke opgave? Daar is in ieder geval meer voor nodig dan een snapshot. Voor Baart, hij schreef er eerder een artikel over, moet het beeld een argument vormen, geen illustratie. “Photography documentation can be used to register the spatial and social dimension of our contemporary landscapes. Images can offer new perspectives and new elements of knowledge: a research and planning instrument in support to other disciplines in the definition of a territorial vision.” (Archined/Neverlands Fotomuseum).

Dat kan niet (helemaal) zonder taal, zonder infographics. Vandaar de bijdrage van Bossink en Tjarks aan dit boek met de door hen verzorgde kaarten. Die laten o.a. zien hoe groot de invloed is van de (geluid)contouren van Schiphol op de vorm van het bebouwd oppervlak in de regio.

Binnenwerk Groot-Amsterdam, Metropool in ontwikkeling Binnenwerk Groot-Amsterdam, Metropool in ontwikkeling.

Voorafgaand aan 300 pagina’s aan foto’s biedt de fotograaf ons eerst een verslag aan van zijn omzwervingen door Groot-Amsterdam (een betere naam zijns inziens dan metropoolregio). Het is het “journaal van een metropoolreiziger”.

Westknollendam (zou in een strip van Marten Toonder niet misstaan) bestaat echt en Baart beschouwt deze plek (ten noorden van Wormerveer) als de noordelijke grens van de metropoolregio. Hier verandert de regio al onder druk van de stad. Bij Lelystad Airport treft de fotograaf een distributiecentrum aan dat zich richt op Schiphol (70 km verder) maar hier goedkope bouwgrond vond. Let that sink in! De Houtrakpolder langs het Noordzeekanaal, hij vaart erlangs, waar de (opgeheven) gemeente Spaarndam een “opgestoken middelvinger” tegen samenwerking in de regio opstak met de aanleg van een gigantische (inmiddels afgewerkte) vuilstort (spectaculaire foto op p. 94). Aan de hand van de lotgevallen van boerenfamilie van der Vlugt in de Haarlemmermeer laat Baart zien hoe de boer verdween uit de polder. De boeren daar weten het allemaal: ooit komt Schiphol langs. Haarlem komt ook langs in dit journaal. Die stad wilde graag meedoen in de regio maar dat vond de provincie geen goed idee. En een interessante observatie: concrete samenwerkingsconstructies (openbaar vervoer, bedrijventerreinen) blijken beter te werken dan een meer generieke samenwerkingsclub als de MRA (Metropool Regio Amsterdam). Het journaal van onze metropoolreiziger gaat verder over de vele aanvallen op het landschap. Het volkstuinencomplex Amstelglorie dat zou moeten wijken voor woningbouw. En de gentrificatie van de watersportgebieden. Maar ook hoe nieuwe infrastructuur (tramlijn naar Uithoorn) een forse ruimtelijke verandering gaat inluiden. Nog een verandering die bijna sluipenderwijs plaatsvindt: de opkomst van de datacenters in de regio, alleen nog maar geremd door netwerkbeheerders die de groei ervan niet bij kunnen houden met hun capaciteit.

Het landschap van de metropool lijkt het voornaamste slachtoffer van de ruimtelijke dynamiek te zijn. Daar zou de provincie een rol kunnen spelen maar die vindt dat andere partijen dat maar moeten doen. Gevolg: toenemende kwetsbaarheid en gemiste kansen. Onze fotograaf wordt regelmatig gevraagd iets te zeggen over de ontwikkeling van de metropool maar hij wordt niet altijd begrepen. De planoloog van de gemeente Amsterdam die hem daarvoor vraagt, spreekt over de “moeizame metropool”, ziet niet wat de fotograaf ziet. Toch zou de stad zich volgens Baart uit welbegrepen eigenbelang meer moeten bekommeren om zijn omgeving en zich dienstbaar moeten maken aan de regio. Dat kan een “kansrijke metropool” opleveren.

Het hoofdmenu van dit lijvige boekwerk: foto’s, honderden foto’s. Baart zet acht routes uit van buiten naar binnen: van Uithoorn naar de Dam, van Purmerend naar CS, van de Marker Wadden naar het scienceparken en nog vijf andere. Je ziet het wringen, de confrontatie tussen de oprukkende stedelijkheid en de bijna vijftiger jaren sfeer aan de “urban frontiers”. Baart snapt dat je de toekomst niet kunt fotograferen. “Wel kun je de plekken laten zien waar die toekomst zich waarschijnlijk gaat ontvouwen.” Met de huidige Corona crisis als trendbreuk gaat het wellicht toch weer anders. Baart is optimistisch, het schept misschien meer kansen voor de “extreem belangrijke groene publieke ruimten” die zo essentieel zijn voor de leefbaarheid van de metropool. Dit boek onderstreept op overtuigende wijze het belang van fotografie voor de ruimtelijke planningsprofessie. Aan illustraties is geen gebrek, het beeld moet weer argument worden bij ruimtelijke opgaven.

 

Jaap Modder

terug naar boven terug naar boven