De stad ook van onderuit weder­opbouwen

Ingezonden brief van hoogleraar Eric Corijn

Er komen ongetwijfeld nog interessante postcoronadebatten aan. Over open en gesloten grenzen en op welke schaal dan. Over autoritair nationalisme of vernieuwde internationale solidariteit. Over nieuwe regels inzake reizen, mobiliteit en omgangsvormen. Over kwijtschelden van niet terugbetaalbare schuldenlasten. Over recessie, depressie of herneming. Over herverdeling van de rijkdom. Over de afbouw van uitzonderingsmachten. Over hoe apps nuttig zijn of privacy verstoren. Over de toekomst van de Europese Unie. Over herstel van de markt, versterking van de openbare sector of andere ecosociale transitiemaatregelen. Ik wil het hier hebben over Brussel en bij uitbreiding over de andere grotere steden.

Brussel omdat het een stadsgewest is, een stad met gewestelijke bevoegdheden. Met een regering en eigen beleidsruimte. Eerst enkele corona- vaststellingen. De crisisbestrijding heeft aangetoond dat de kern van het samenleven steunt op sociale cohesie, goede openbare voorzieningen en brede toegankelijkheid. De beperkte bewegingsruimte heeft getoond hoe basisbehoeften van luxe kunnen worden onderscheiden. Essentieel zijn goede en voldoende ruime huisvesting, openbare diensten, toegankelijk zorgsysteem, kwalitatieve publieke ruimte en vooral toegankelijk groen, voeding, onderwijs… En ook cultuur, afgaand op de vele online optredens. Verder: de misgelopen afhankelijkheid van de globale markt en private leveranciers moet worden bijgestuurd door in te zetten op de korte keten en de lokale productiecapaciteit.

In de postcorona wederopbouw zullen er veel publieke investeringen nodig zijn. Het dominante marktgerichte monetarisme, in de volksmond “neoliberalisme”, botst op zijn grenzen. Hayek wordt vandaag noodgedwongen vervangen door Keynes: door overheidsingrijpen stimuleren van de collectieve vraag wanneer de private vraag te zwak is. Een anticyclisch beleid. Hoe, hoeveel en waar? Dat wordt de inzet van een politieke krachtmeeting tussen belangengroepen, invloedssferen en politieke partijen. Er zijn diegenen die zo snel mogelijk naar business as usual willen, het precorona weefsel willen herstellen en dus vooral overheidssteun willen voor de getroffen private sector. Anderen willen in de wederopbouw op een meer duurzaam, een meer evenwichtig en een meer sociaal systeem uitkomen. Een transitie-wederopbouw. Meer zelfvoorzienend en meer circulair. Een vernieuwd evenwicht tussen de winsteconomie, de sociale economie en de openbare diensten. In dat debat zullen de ideologieën en hun machtsbasissen doorwegen en dus zullen de antwoorden in de verschillende landen, gewesten en steden verschillend zijn. De manier waarop de politiek de lessen trekt en de lijnen uitzet is nu van historisch belang. Goed om weten dat er meer dan één scenario is.

Maar de inzet is te belangrijk om aan de politiek alleen over te laten. Wat middenveld, civiele maatschappij en individuele burgers gaan doen zal ook doorwegen. Hoe de economie te herstellen zal niet direct een brede consensus krijgen. Hoop niet te veel op het Grote Pakt dat iedereen tevredenstelt. Zij die de crisis in een elk voor zich mentaliteit hebben doorgebracht, onnodig hebben gehamsterd, de kantjes er hebben afgelopen, zo veel mogelijk premies hebben aangevraagd en alleen bekommerd zijn om de heropstart van de eigen bedrijvigheden zullen zware publieke subsidies vragen om de eigen zaak op gang te trekken. Maar zij die hebben begrepen dat de crisis ook ecologische en sociale tekorten aan het licht heeft gebracht, die elke avond voor de zorgverstrekkers hebben geapplaudisseerd, die de diensten hebben rechtgehouden, die hebben nagedacht hoe zich nuttig te maken, zij verdienen steun en aanmoediging om in die richting verder samen stad te maken. Het is die energie van solidariteit die nu structureel moet worden ingezet. Voor een duurzame en sociale heropbouw van de stad. Die verbondenheid mag niet verloren gaan. Ze is essentieel voor het herstel. Ze heeft een faciliterende overheid nodig om echt deel te worden van een nieuw economisch model.

Wat nu al kan worden aangevat is een precieze diagnose van de schade, niet zozeer in monetaire termen van BBP, maar in termen van de sociale geografie, de territoriale lokale weefsels en voorzieningen, de economische infrastructuur maar ook de sociale schade. Deze Brusselse regering zal al wel over het herstelbeleid nadenken. In tegenstelling tot de naoorlogse wederopbouw zou het onverstandig zijn het vele geld te stoppen in grote infrastructuurwerken, wegen, metro’s of fabrieken. Keynes ja, maar we zitten niet langer in het Fordistisch industrieel systeem. Een grote injectie is nodig, zeker, maar dan in vele acupunctuur ingrepen die het stedelijk en sociale weefsel herstellen en verbeteren. En die opstart betreft vooral de productie van het dagelijks leven en de essentiële voorzieningen. Niet zozeer de grote spelers, zeker niet de multinationals of de banken, en ook niet de grote projecten zullen de economie aantrekken. Het gaat om een economisch begeleiden van de (trage) heropstart van het sociale leven.

Brussel heeft 118 bewoonde wijken. De helft daarvan zijn residentieel, nogal monofunctioneel. De andere helft heeft naast de woonfunctie ook een centrumfunctie voor omliggende buurten. Maak een precieze diagnose van hoe die 50-60 buurten de crisis hebben doorstaan, van welke diensten er wel en niet aanwezig waren, van welke mensen en gezinnen er wel en niet zijn uitgesloten. Financier van het Keynesiaans herstelfonds enkele tientallen Wijkcontracten van twee jaar. Gericht op een wandelstad, op de lokale economie, op basisvoorzieningen in nabijheid. En onderzoek ook in welke mate die voorzieningen ook achterstelling en armoede te lijf kunnen gaan, kunnen zorgen voor sociale inclusie. Een basisinkomen hoeft toch niet persé in geld te worden voorzien. Dat vergt een fijnmazig samenspel tussen het collektieve, de markt en het sociaal weefsel.

Het zou goed zijn per wijk een coöperatieve te voorzien, waarin openbare dienst, sociale economie, gemeenten en OCMW’s, kleine ondernemers en burgers kunnen samenwerken. Het gaat om wederopbouw, maar ook om herstel van het sociale, de participatie en de democratie. Waarom niet via een participatief budget? Bouw verder op de geweldige corona-solidariteit op familiaal en buurtniveau, op zoek naar een echt inclusieve wijk. Op vijftig plekken een boost geven aan zo’n lokale basiseconomie zal het gehele metabolisme snel weer op gang trekken.

Zeker, er zijn ook initiatieven op grotere schaal nodig. Er is toch een Gewestelijk Ontwikkelingsplan. Er bestaan beleidsplannen. Die kunnen nu versneld worden uitgerold. Ontwikkel een stedelijke industrie in de Kanaalzone om hier te produceren wat we in de crisis tekortkwamen. En doe nu eindelijk iets aan de grote gaten in de ruimtelijke samenhang van de stad: geef de dichtbevolkte buurten nu eindelijk stedelijk groen en verbind die groene en blauwe structuren doorheen het stadscentrum!! En begeleid dat alles met een enthousiasmerend cultuurbeleid van wijk tot wereld. Ook dat is wederopbouw.

Het herstel eist vooral een maatschappelijk plan, met een draagvlak op verschillende schalen. Het gaat niet langer om een puur economisch plan waarin elke oude activiteit met belastinggeld wordt aangezwengeld. Het moet gaan om een economie als onderlegger van een verbeterde stad, met meer weerstand, met betere infrastructuur en voorzieningen, met meer sociale inclusie en gelijkheid. Van daaruit kan ook een nieuw verband met de wereld worden gedacht. In stedelijke netwerken, tussen de stadsgewesten, in het Europees project. Met zorg voor veiligheid en gezondheid. Van daaruit zal ook weerstand moeten komen tegen de autoritaire verleiding, het nationaal-populisme, het racisme en andere oude vormen en gedachten. De verbondenheid in de coronadiscipline kan worden omgezet in een leukere vorm van samenleven.

terug naar boven terug naar boven