Dynamische zone zonder label

Publicatie Stadsrandenlab

In de stadsranden komen verschillende opgaven en ruimteclaims bij elkaar. Ontwerpers kunnen helpen om voor deze context nieuwe perspectieven te schetsen. In 2020 organiseerden BNA onderzoek i.s.m. ARCAM het Stadsrandenlab, waarvan de publicatie net van de pers is gerold. Like Bijlsma en Merten Nefs reflecteren op de uitkomsten van het lab: de toekomst van Amsterdam gloort aan de rand.

Stadsranden; het zijn geen officiële zones in het gemeentebeleid, ze zijn niet omkaderd, ze hebben geen label. En juist dat maakt ze interessant. De rafelranden of kreukelzones van de stad bieden nog ruimte voor verandering. Op de plek waar de gebouwde omgeving en het gegroeide landschap elkaar ontmoeten, gebeurt van alles. En in een tijd waarin het bouwen binnen de stad moet gebeuren om de landschappen te sparen, is het belangrijk om te kijken naar de randen van onze almaar verdichtende steden.

Exact een jaar geleden ging de door BNA Onderzoek en ARCAM geïnitieerde ontwerpstudie ‘Het Stadsranden-lab’ van start. Vijf multidisciplinaire ontwerpteams (o.l.v. XOOMlab, 26H, UNStudio, Clubhaus architecten, ANA architecten) en een grote groep adviseurs gingen op onderzoek uit in en rond de randen van Amsterdam. Zij dachten na over nieuwe typologieën voor de stadsrand en ontwierpen prikkelende visies voor vijf locaties in Noord, West, Zuidwest, Zuid en Zuidoost. Deze resultaten zijn nu gebundeld in een 120 pagina’s tellende publicatie die hoopvolle toekomstscenario’s schets, die zowel het groen als de stenen koesteren en opwaarderen – niet alleen voor Amsterdam, maar voor alle steden, dorpen en wijken die op zoek zijn naar dat gouden randje.

Bestel ‘m hier!

 

Bij het Planbureau voor de Leefomgeving en Vereniging Deltametropool staan stadsranden al ruime tijd op de agenda. Het zijn de meest dynamische zones van ons sterk verstedelijkte land, waar steeds opnieuw keuzes gemaakt moeten worden tussen vormen van landgebruik, en belangen moeten worden afgewogen – voor het klimaat en de kwaliteit van de leefomgeving. Ook zijn de zogenaamde rafelranden bij uitstek de plekken waar tijdelijke en bijzondere functies gedijen, die in de stad en op het platteland geen plek hebben.

Meervoudige ruimteclaims

In een recent onderzoek bracht PBL de ruimteclaims in kaart voor verschillende stadsrandenin Nederland. Landelijk, maar ook regionaal zijn er grote verschillen tussen de rode en
groene druk. De rode druk is geanalyseerd aan de hand van de te verwachten huishoudensgroei in de Welvaart en Leefomgeving scenariostudie van PBL en CPB (2015). De groene druk is gebaseerd op het provinciaal omgevingsbeleid voor bescherming van natuur en landschap. Door de combinatie van rode en groene druk krijgt elke gemeente een eigen stadsrandprofiel voor woningbouwdruk en natuur- en landschapsbescherming (PBL 2018). Ook bestuurlijk zijn er verschillen, omdat de stadsranden van de grote steden vaak in meerdere gemeenten liggen, terwijl de kleinere gemeenten hun eigen stadsrand kunnen beheren. Taken van de overheidslagen lopen uiteen: landschap en natuur is vooral een provinciale taak, verstedelijkingsbeleid ligt meer bij gemeenten. Vanwege de verwachte dynamiek en de complexiteit van de nieuwe transitieopgaven vraagt het PBL aandacht voor een specifiek
ruimtelijk beleid voor de stadsranden dat door verschillende bestuurlijke instanties gedragen wordt. Een goede inpassing en combinatie van ruimteclaims is ook essentieel voor de aantrekkelijkheid van de stadsrand. Om dit voor elkaar te krijgen is de actieve betrokkenheid van zowel gemeenten, regionale bestuursorganen als lokale stakeholders van belang.

Rondom Amsterdam is de groene én rode druk hoog. De grote aaneengesloten beschermde bufferzones liggen aan de noorden westzijde van de stad, aan de zuidkant hebben alleen de groene vingers een beschermde status. Hier laat de provinciegrens tussen Noord-Holland en Utrecht zich duidelijk aflezen, in de verschillende beschermingsregimes. Beeld: PBL Rondom Amsterdam is de groene én rode druk hoog. De grote aaneengesloten beschermde bufferzones liggen aan de noorden westzijde van de stad, aan de zuidkant hebben alleen de groene vingers een beschermde status. Hier laat de provinciegrens tussen Noord-Holland en Utrecht zich duidelijk aflezen, in de verschillende beschermingsregimes. Beeld: PBL.

Aantrekkelijke leefomgeving

Aantrekkelijke stadsranden zijn nodig als antwoord op klimaatverandering en een gezonde leefomgeving. Ook heeft de stadsrand betekenis voor het economisch vestigingsklimaat. In een serie publicaties heeft Vereniging Deltametropool sinds 2015 het landschap geagendeerd als een steeds belangrijkere voorwaarde voor een succesvolle kenniseconomie. Het idee hierachter is dat kieskeurige makers en denkers beter zijn vast te houden en aan te trekken door het landschap tussen de steden te ontsluiten voor de kenniswerkers. Bedrijven ontdekken steeds vaker dat een aantrekkelijke leefomgeving bijdraagt aan hun corporate identity, en een positieve invloed heeft op de strijd om talent, het verdienmodel én de productiviteit en
gezondheid van hun werknemers. Sinds 2017 brengt een community of practice van onder andere overheden en ontwerpers dit idee in de praktijk in verschillende regio’s in Nederland. De rol van bedrijven en burgerinitiatieven staat daarbij vaak in de belangstelling, zoals in het project Landvestors (2020). Een ander voorbeeld is het landschapslaboratorium Hightech Highgreen, onderdeel van de Landschapstriënnale 2021. Hier ontwikkelen bedrijfsleven en overheid een strategie voor het hightech werklandschap tussen Eindhoven en Oirschot.

Metropoolregio Amsterdam vroeg inwoners uit deelgebieden rond de scheggen van Amsterdam hoe zij zelf met de grote ruimtelijke opgaven van klimaat en leefomgeving willen omgaan. Wanneer het niet wordt opgedrongen, blijken stakeholders in een gebied ineens wel bereid na te denken over windturbines en het vernatten van weidegrond. Beeld: Vereniging Deltametropool Metropoolregio Amsterdam vroeg inwoners uit deelgebieden rond de scheggen van Amsterdam hoe zij zelf met de grote ruimtelijke opgaven van klimaat en leefomgeving willen omgaan. Wanneer het niet wordt opgedrongen, blijken stakeholders in een gebied ineens wel bereid na te denken over windturbines en het vernatten van weidegrond. Beeld: Vereniging Deltametropool.

Oplossingsrichtingen

De ruimteclaims zijn meervoudig in de stadsranden. Met name in de stadsranden met zowel een hoge rode als groene druk, zoals die van Amsterdam, zal inventief omgesprongen moeten
worden met de beschikbare ruimte. De plannen en investeringen buitelen hier letterlijk over elkaar heen. Deze claims braaf bij elkaar optellen en uitwerken is onmogelijk, want dat past nooit. Hierin ligt de basis voor de integrale ontwerpopgave in de stadsrand. Verschillende gebruiken, functies en kwaliteiten zullen met elkaar verenigd moeten worden op een beperkt oppervlak. In Het Stadsranden-lab werd een aantal interessante ruimtelijke oplossingsrichtingen verkend.

1. Herdefinitie van grenzen in de stadrand

De stadsrand heeft in de Nederlandse ruimtelijke ordening een abstract karakter: het is een lijn op de kaart of een dunne groene buffer tussen stad en land. Volgens Frank Suurenbroek
is het geen statische grens, maar een langzaam opschuivende overgangszone. De ontwerpstudies laten zien dat de stadsranden juist plekken zijn zonder eenduidige grenzen. Er zijn grote verschillen in definitie: uitgaande van administratieve grenzen, waterhuishouding, grondgebruik, sociaal-economische dynamiek, of ruimtelijke manifestatie. Een aantal ontwerpen zet in op het differentiëren van deze grenzen door het creëren van overlappen tussen de traditionele grenzen tussen landbouw, recreatiebuffers, woongebieden en voorzieningenclusters (zie
de Amstelscheg), terwijl andere inzetten op het trekken van snoeiharde lijnen waarbij de ringweg zich architectonisch manifesteert in het landschap (Amsterdam-Noord). Het ontwerp
voor Gein zet het traditionele centrum-periferie denken op zijn kop door Gein als onderdeel van de stad én zelfstandig dorp in het Gooi te positioneren, gelegen aan de pittoreske veenrivier de Gein.

2. Herinterpretatie van de groene ruimte

De groene ruimte in de naoorlogse buitenwijk in de stadsrand is vaak ingericht als kijkgroen. Rondom de wijken liggen bufferparken die een functionele en visuele afscheiding maken
van het omliggende agrarische landschap. De stedenbouw van de jaren 1960-1990 was er specifiek op gericht om beide werelden niet te vermengen. Bosranden werden aangelegd om
verstedelijking te stoppen, en ingericht voor joggers en hondenuitlaters. Daarbuiten lag de wereld van natuurvorsers en boeren. Deze samenhang wordt nu, ook door de ontwerpteams,
op verschillende manieren geherinterpreteerd. In de stadsranden van West en Noord maakt de buffer plaats voor een arcadisch-recreatieve blik naar het agrarische ommeland. In de
Diemerscheg en Noord versterkt men de groenblauwe infrastructuren, door deze tot diep in het stedelijk weefsel door te trekken. Hierdoor ontstaan aantrekkelijke verbindingen met het
buitengebied voor centrumbewoners. In West spelen nieuwe suburbane buitenruimten een rol in het ontwerp, terwijl in Gein de openbare ruimte vernat wordt tot onder andere moerasbos, beter voor waterhuishouding en biodiversiteit. Hier wordt de groene ruimte verstild en krijgt het een karakter van een natuurreservaat.

3. De stadsrand als nieuw publiek domein en economische experimenteerzone

De stadsrand is allang geen homogeen woongebied meer. Er wordt ook gewerkt en gerecreëerd. Het huidige COVID-tijdsgewricht laat zien hoe belangrijk de nabijheid van (werk)
voorzieningen in de dagelijkse leefomgeving is. Elke scheg kent een eigen buurt- en wijkeconomie. Een aantal ontwerpen vertrekt vanuit het specifieke sociaal-economische profiel
en extrapoleert dit naar de toekomst. Dat kan aansluiting betekenen op kleinschalige economische krachten van binnenuit (West) of juist op grote multinationals (Schiphol-omgeving in
de Amsterdamse Bosscheg). In West kan vergroening én verdichting van de stadsrand een motor zijn voor eigenaarschap, diversiteit en kunst. De ruimtelijk-landschappelijke opgave
kan hier niet los worden gezien van de sociale structuur van de wijk, en het idee van de ‘commons’, waarin betrokkenen in gezamenlijkheid projecten initiëren en beheren. In de rand tussen Schiphol en de Amsterdamse Bosscheg stelt het ontwerpteam een zonering en zigzagroute voor, die diverse condities creëert voor spontane ontwikkeling van verschillende typen gebruikers. De grote schaal van de bedrijfshallen wordt beantwoord met een imposante ontmoetings-infrastructuur die op sommige plekken refereert aan Constants Nieuw Babylon.  Deze interventie voorziet in de behoefte aan ruimte voor publieke manifestaties zoals festivals. In de Amstelscheg wordt de stadsrand neergezet als een zone voor maken en leren in de circulaire economie, geënt op nieuwe ketens van onder andere voedsel. In Gein voegen OV-haltes en heringerichte stadsstraten levendigheid en nieuwe voorzieningen toe aan de buurt, zoals werken aan huis, dienstverlening, sport en scholing.

CONCLUSIE

De ontwerpstudies leveren een palet van verschillende stadsranden op, met nieuwe soorten publieke ruimtes die diverse gebruikers en functies samenbrengen. De stadsranden staan
hiermee in contrast met de steeds homogener wordende binnenstad van Amsterdam. De ontwikkelkracht in de stadsrand zorgt ervoor dat de nieuwe functiecombinaties en ontwerpinnovaties dáár vorm krijgen, zowel abstract en bestuurlijk als concreet bij de inrichting van betekenisvolle plekken. Het nieuwe Amsterdam gloort aan de rand.

Dit artikel is onderdeel van de publicatie van het Stadsrandenlab. Like Bijlsma is architect en geograaf en werkt als onderzoeker bij het Planbureau voor de Leefomgeving. Zij schreef samen met Leo Pols de publicatie Stadsranden – schakelzones tussen stad en land’. Merten Nefs is architect en onderzoeker bij Vereniging Deltametropool en auteur van een reeks publicaties over de waarde van het landschap voor metropolitane regio’s.

Beeld: PBL Beeld: PBL.
terug naar boven terug naar boven